
Sign up to save your podcasts
Or


Darius Milhaud (1892-1974) – Negende strijkkwartet, opus 140 (1935)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
Darius Milhaud (1892-1974) – Tiende strijkkwartet, opus 218 (1940)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
Darius Milhaud (1892-1974) – Elfde strijkkwartet, opus 232 (1942)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
Darius Milhaud (1892-1974) – Zevende strijkkwartet, opus 87 (1925)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
Hoezeer Milhaud een regisseur van zijn eigen loopbaan leek te zijn geweest, blijkt wel uit de volgende anekdote. Toen hij in 1920 zijn Vijfde Strijkkwartet had voltooid, vertelde hij aan een journalist dat hij er in totaal achttien wilde componeren, één meer dan Beethoven… In 1951 ontstond het Achttiende kwartet, opus 308, met een citaat uit het allereerste. Het was tevens zijn laatste. Maar hij schreef nog door tot kort voor zijn dood meer dan twintig jaar later en sloot af met opus 443! Elk van de kwartetten heeft een ander karakter, nu eens neoklassiek of nobarok, dan weer door en door mediterranee, nu eens modern en polytonaal en dan weer expressief of dansant.
Darius Milhaud (1892-1974) – Achtste strijkkwartet, opus 121 (1932)
1. Vif et souple, 2. Lent et grave, 3. Très animé
Uitvoerenden: Fanny Mendelssohn Quartet
Jean Françaix (1912-1997) – Quatuor (1937)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
Jacques Ibert (1890-1962) – Strijkkwartet (1937-42)
Uitvoerenden: Bridge String Quartet
Met het Achtste strijkkwartet van Darius Milhaud uit 1932 komen we weer in de sferen van de Franse mediterrané. Hij schreef deze partituur in opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague-Coolidge voor het Brusselse Pro Arte Quartet, met het nadrukkelijke verzoek niet ‘te gemakkelijke’ muziek te schrijven.
Jean Françaix is in bepaalde opzichten van hetzelfde hout gesneden als Milhaud, hoewel hij juist in Le Mans, in het noorden van Frankrijk is geboren. Zijn muziek is altijd opgewekt, geestig en onconventioneel. Het strijkkwartet dateert van voor de oorlog en is heerlijke, ongecompliceerde muziek.
Hetzelfde geldt voor het kwartet van Jacques Ibert, dat deels in Rome, deels in Antibes aan de Côte d’Azur geschreven werd, waar Ibert zich had terug getrokken nadat zijn muziek door het pro-Duitse Vichy regime verboden was. De sfeer van late jaren dertig en de eerste oorlogsjaren is te horen in het mooie uitgesponnen en ingetogen langzame deel.
Charles Tournemire (1870-1939) – Musique orante, opus 61 (1933)
Uitvoerenden: Gaggini Quartet
Albert Roussel (1867-1937) – Strijkkwartet (1932)
Uitvoerenden: Via Nova Quartet
Arthur Honegger (1892-1955) – Derde strijkkwartet (1937)
Uitvoerenden: Ludwig Quartet
Musique orante, opus 61 voor strijkkwartet is een laat werk van Charles Tournemire, een van de belangrijkste componisten van orgelmuziek in de eerste decennia van de 20e eeuw. Deze overwegend contemplatieve muziek werd in 1933 voltooid en pas in 1970 uitgegeven.
Ook het strijkkwartet van Albert Roussel behoort tot zijn late werken. Het is een meesterwerk, krachtig in het eerste deel, contemplatief in het tweede, speels in het korte scherzo en streng in de finale fuga.
Arthur Honegger vond zelf zijn beknopte Derde strijkkwartet het beste werk van de drie. Hij schreef het in 1937 in opdracht van de Amerikaanse mecenas Elizabeth Sprague-Coolidge.
Joseph-Ermend Bonnal (1880-1944) – Strijkkwartet nr.1 (1927)
Uitvoerenden: Debussy Quartet
CD: Arion
Jean Rivier (1896-1987) – Strijkkwartet nr.1 (1924)
Uitvoerenden: Mandelring Quartet
CD: audite
De organist Joseph-Ermend Bonnal studeerde in Parijs bij Fauré en als organist bij Guilmant en Tournemire, en werd in 1920 aangesteld tot titulaire van de St André en directeur van het conservatorium van Bayonne in zuidwest Frankrijk. Daar schreef hij in 1927 zijn gloedvolle eerste strijkkwartet. We horen hierin diezelfde Franse zangerige en dansante toon met hints van volksmuziek die we ook van Ravel kennen.
Jean Rivier behaalde zijn eerste publieke succes met het Eerste strijkkwartet van 1924. De toon hiervan is niet minder Ravelliaans dan die van Bonnals eerste kwartet, maar doet op momenten ook aan het kwartet van die andere Franse grootmeester denken, Claude Debussy.
Charles Koechlin (1867-1951) – Tweede strijkkwartet, opus 57 (1915)
Uitvoerenden: Ardeo Quartet
CD: Ar Ré-Sé
Germaine Tailleferre (1892-1942) – Eerste strijkkwartet (1917/19)
Uitvoerenden: Leipziger Streichquartett
CD: MDG
Het Tweede strijkkwartet van Charles Koechlin is zijn omvangrijkste. In het jaar van compositie, 1915, bevond Frankrijk zich midden in de eerste wereldoorlog en de Elzas wellicht nog meer dan dat, want een deel van de strijd had met de Elzas te maken. Koechlin moet dat gevoeld hebben en kon slechts op twee manieren reageren, of in grote woede of door nadrukkelijk het licht op te zoeken. Dat laatste paste beter bij zijn karakter, meende Koechlin in zijn autobiografie.
Met het korte strijkkwartet uit 1917/19 van Germaine Tailleferre blijven we in een zelfde sfeer als die van de muziek van Koechlin. Deze muziek is even klassiek en helder gecomponeerd als licht en doorzichtig van toon.
Kwartetten van Koechlin, Honegger & Stravinsky.
Charles Koechlin (1867-1951) – Eerste strijkkwartet, in D-gr.t., opus 51 (1913)
Arthur Honegger (1892-1955) – Eerste strijkkwartet (1917)
Igor Stravinsky (1882-1971) – Concertino voor strijkkwartet (1920).
Een belangrijke eenling was Charles Koechlin, zoon van een Elzasser industrieel. Veel van zijn kamermuziek tot na de eerste wereldoorlog is vriendelijk en gelijkmoedig. Evenals Koechlin, componeerde ook Honegger drie strijkkwartetten. Maar de toon is een geheel andere dan bij Koechlin. Zo is het Eerste strijkkwartet van Honegger flamboyante en nadrukkelijk expressieve muziek. Daartegenover is het Concertino voor strijkkwartet van Igor Stravinsky een beknopte oefening in de barokke concerttechniek, inclusief cadens voor de eerste viool en zich herhalende speelfiguren.
Darius Milhaud (1892-1974) – Derde strijkkwartet, opus 32 (1916 met sopraan)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii m.m.v. Veronique Dietschy, sopraan
CD: Näive classique
Darius Milhaud (1892-1974) – Vierde strijkkwartet, opus 46 (1918)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
CD: Näive classique
Darius Milhaud (1892-1974) – Vijfde strijkkwartet, opus 64 (1920)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
CD: Näive classique
In de oorlogsjaren ontwikkelde Darius Milhaud zich tot een belangrijke en jonge stem van de Franse muziek, enigszins te vergelijken met Paul Hindemith in Duitsland. Het tweedelige Derde strijkkwartet, opus 32, schreef hij ‘in memoriam’ voor zijn op het slagveld gesneuvelde vriend Leo Latil. Evenals Schönberg in zijn Tweede strijkkwartet, heeft Milhaud in het laatste deel een sopraan toegevoegd. In 1917 vertrok Milhaud als ambassadesecretaris van de dichter Paul Claudel naar Brazilië. Daar schreef hij in 1918 in Rio de Janeiro zijn Vierde strijkkwartet, opus 46. Het Vijfde strijkkwartet, opus 64, werd in 1920, eenmaal weer terug in Frankrijk, gecomponeerd.
Darius Milhaud (1892-1974) – Eerste strijkkwartet (opus 5, 1912)
Uitvoerenden Petersen Quartett
CD: Capriccio
Igor Stravinsky (1882-1971) – Trois pièces pour quatuor (1914)
Deel 1 en 2
Uitvoerenden: Alban Berg Quartet
CD: Warner Classics
Darius Milhaud (1892-1974) – Tweede strijkkwartet, opus 12 (1915)
Uitvoerenden: Quatuor Parisii
CD: Näive Classique
Al voor de Eerste wereldoorlog gold de Franse muziek als logische Latijnse tegenhanger van de Germaanse Duits-Oostenrijkse muziek, die in centraal Europa de toon zette. Igor Stravinsky kwam naar het westen in het kielzog van Diaghilev en zijn dansgezelschap, en raakte spoedig in de ban van de muziek van Debussy en Ravel. Geheel tegengesteld zijn echter de uitermate bondige, bijna ‘kale’, Drie stukken voor strijkkwartet van 1914. Daarentegen is het Eerste strijkkwartet, opus 5, van Darius Milhaud fris, vrolijk, naïef en vooral nergens zwaarwichtig of egocentrisch.
In het vijfdelige Tweede strijkkwartet, opus 16, van Darius Milhaud uit 1915 komt een ander aspect van zijn stijl aan de orde, namelijk waarbij twee of meer melodische lijnen gelijktijdig klinken en soms nauwelijks iets met elkaar van doen lijken te hebben, zoals in het eerste deel van dit kwartet.
Nikos Skalkottas (1904-1949) – Strijkkwartet nr.1 (1928)
Uitvoerenden: New Hellenic Quartet
Nikos Skalkottas (1904-1949) – Strijkkwartet nr.3 (1935)
Uitvoerenden: New Hellenic Quartet
Nikos Skalkottas (1904-1949) – Ten Musical sketches (1940)
Uitvoerenden: New Hellenic Quartet
Een interessante figuur in het muziekleven tussen de twee wereldoorlogen was de Griekse componist Nikos Skalkottas, die o.m. bij Kurt Weill en Arnold Schönberg gestudeerd heeft. Zijn muziek is uitermate expressief, hinkend tussen tonaal en atonaal, zoals het driedelige Eerste strijkkwartet uit 1928. Het Derde strijkkwartet (1935) is duidelijk een weerslag van de leerperiode van Skalkottas bij Schönberg. Elementen van de twaalftoontechniek spelen inmiddels een steeds grotere rol in zijn componeren.
In 1940 componeerde Nikos Skalkottas een suite voor strijkkwartet of strijkorkest onder de titel Tien muzikale schetsen. Om het idee van een schets te benadrukken, beslaat elk deel slechts een enkele pagina muziek! Elk van de delen wijst op klassieke vormen en genres. In de Rondo-finale klinkt als uitzondering een Griekse dans, de Kalamatianos.
Pancho Vladigerov (1899-1978) – Strijkkwartet opus 34 (1940)
Uitvoerenden: AMEA Quartett
George Enescu (1881-1955) – Strijkkwartet nr.2, opus 22:2 (1920/1951)
Uitvoerenden: Ad Libitum Quartet
Alexandre Tansman – Tryptique (1930)
Uitvoerenden: Silesian String Quartet
In het scherzo van het Strijkkwartet in G-gr.t., opus 43, van de Pancho Vladigerov zijn duidelijke verwijzingen te horen naar de soms complexe ritmiek van de volksmuziek van zijn vaderland.
Het Tweede strijkkwartet, in G-gr.t., opus 22:2, van George Enescu is waarschijnlijk al rond 1920 geschetst, maar pas in 1951 door de componist vrijgegeven. Dit kwartet is opgezet als een omvangrijke sonatevorm over de vier delen heen. Met de expositie in het eerste deel, de verwerking van het materiaal in het tweede en derde deel en de herneming van de thema’s, de recapitulatie, in de finale.
Ter afsluiting de opzwepende finale van de Tryptique voor strijkkwartet uit 1930 van de Poolse-Franse componist Alexandre Tansman.
From the publisher's feed