
Sign up to save your podcasts
Or


Na het vervolg van het Tweede strijkkwartet van Ropartz klinkt het omvangrijk Strijkkwartet opus 16 van Albéric Magnard. Magnard was een symfonicus pur sang. Hij wordt ook wel de Franse Bruckner genoemd. In zijn enige strijkkwartet is die kwalificatie ook te horen. In een enthousiaste recensie van Pierre Lalo (inderdaad: de zoon van) werd Magnard’s enige kwartet verkozen boven dat van Ravel uit hetzelfde jaar! Indrukwekkend is de Chant funèbre, het derde deel, en briljant en complex tegelijk de finale (Danses: vive, populaire) met een aaneenschakeling van overwegend gestileerde en gesuggereerde dansen.
Joseph-Guy Ropartz (1864-1955) – Strijkkwartet no.2, in d-kl.t. (1911/12)
(3) Très lent, (4) Animé
Uitvoerenden: Stanislas Quartet
CD: Timpani
Albéric Magnard (1865-1914) – Strijkkwartet in e-kl.t., opus 16 (1903)
(1) Sonate, (2) Sérénade, (3) Chant funèbre, (4) Danses
Uitvoerenden: Quatuor Ysaÿe
CD: Ysaÿe Records
Vincent d‘Indy was een spilfiguur in het Franse muziekleven. In zijn muziek is d’Indy een waardige opvolger van Franck gebleken. Dat horen we ook in het mooie Tweede strijkkwartet, in E-gr.t., opus 45 met een prachtig langzaam deel en een verrassende finale.
Het Tweede strijkkwartet van d’Indy is opgedragen aan Joseph-Guy Ropartz. Op zijn beurt droeg Ropartz zijn Tweede strijkkwartet op aan Paul Dukas, die het kwartet van d’Indy de hemel in heeft geprezen. En evenals het kwartet van d’Indy is dat van Ropartz op een motto gebaseerd en vanuit die kiemcel, zoals Franck dat zijn studenten geleerd had, uitgewerkt.
Vincent D’Indy (1851-1931) – Strijkkwartet nr. 2, in E-gr.t., opus 45 (1898)
(1) Lentement – Animé, (2) Très animé, (3) Très lent, (4) Lentement – Très vif
Uitvoerenden: Prat String Quartet
CD: naïve classique
Joseph-Guy Ropartz (1864-1955) – Strijkkwartet no.2, in d-kl.t. (1911/12)
(1) Grave-Modéré, (2) Assez vif
Uitvoerenden: Stanislas Quartet
CD: Timpani
Louis Vierne (1870-1937) en Gustave Samazeuilh (1877-1967) zijn ook voor muziekkenners geen huishoudnamen. De eerste heeft vooral bekendheid verworven met zijn prachtige symfonische orgelwerken. De tweede was behalve componist een bekend criticus, die onder andere een monografie over zijn leraar Ernest Chausson heeft geschreven.
In zijn eindexamenjaar bij Widor aan het conservatorium voltooide Vierne zijn enige Strijkkwartet in d-kl.t., dat hij aan zijn leraar opdroeg. Het is een mooi uitgebalanceerd werk, een meesterwerk als afronding van zijn studie. Samazeuilh studeerde wat later bij d’Indy aan de Schola Cantorum en componeerde zijn Strijkkwartet in d-kl.t als eerste proeve van zijn kunnen nadat hij was aangenomen als student.
Louis Vierne (1870-1937) – Strijkkwartet in d-kl.t., opus 12 (1894)
(1) Lento – Allegro agitato, (2) Intermezzo. Leggiero non troppo vivo, (3) Andante quasi adagio, (4) Finale. Allegro vivace
Uitvoerenden: Spiegel String Quartet
CD: MDG
Gustave Samazueilh (1877-1967) – Strijkkwartet in d-kl.t. (1900)
(1) Assez lent – Animé, (2) Vif et léger, (3) Lent et soutenu, (4) Gaiement et pas trop vite
Uitvoerenden: Quatuor Joachim
CD: Calliope
Een componist die zich grotendeels afzijdig hield van de modes van zijn tijd was Jean Cras, die in het dagelijks leven officier bij de marine was. Zijn Bretonse achtergrond heeft zijn muziek in hoge mate gekleurd met zowel herinneringen aan lokale liederen als verwijzingen naar de bron van veel inspiratie, de zee, zoals ook in zijn enige Strijkkwartet ‘à ma Bretagne’, dat is in de Franse literatuur niet minder bijzonder dan het kwartet van Debussy. Ook de eveneens Bretonse componist Joseph-Guy Ropartz kwam uit de school van Franck, waar hij bevriend raakte met medestudent Albéric Magnard, met als resultaat de Fantaisie brève sur un thème unique sur le nom de Albéric Magnard.
Jean Cras (1879-1932) – Strijkkwartet nr.1 “à ma Bretagne” (1909)
(1) Lent – Allegro, (2) Calme, (3) Vite et léger – Modéré, (4) Lent – Allegro molto
Uitvoerenden: Louvigny Quartet
CD: Timpani
Joseph-Guy Ropartz (1864-1955) – Fantaisie brève, sur un thème unique
sur le nom de Albéric Magnard (1892)
(1) Prelude, (2) Fugue, (3) Serenade, (4) Final
Uitvoerenden: Stanislas Quartet
CD: Timpani
De leerlingen van Franck volgden zijn kiemceltechniek met groot enthousiasme. Chausson kon zijn enige strijkkwartet niet voltooien door een dodelijk fietsongeluk. De toon ervan is door en door Frans, al meende Chausson zelf dat hij meer door Beethoven werd beïnvloed dan door Franck, d’Indy of Debussy.
Debussy schreef zijn Premier Quatuor en sol mineur opus 10, in 1893, kort nadat hij door Chausson – volgens Debussy zijn rijke, oudere broer – gewezen was op de technieken van César Franck. Het vierdelige kwartet is dan ook evenals dat van Franck cyclisch opgebouwd. Aan Debussy’s muziek wordt nogal eens de term impressionisme verbonden. Hijzelf had daar een bloedhekel aan. Alleen al de techniek van het componeren staat haaks op het impressionisme.
Ernest Chausson (1855-1899) – Strijkkwartet in c-kl.t. opus 35 (1899)
voltooid door D’Indy
(1) Grave, (2) Tres calme, (3) Gaiement et pas trop vite
Uitvoerenden: Doric String Quartet
CD: Chandos
Claude Debussy (1862-1918) – Strijkkwartet in g-kl.t., opus 10 (1893)
(1) Animé et très décidé, (2) Assez vif et bien rythmé, (3) Andantino doucement expressif, (4) Tres modéré
Uitvoerenden: Orpheus String Quartet
CD: Channel Classics Records
In tegenstelling tot veel Franse componisten van zijn generatie, had Godard niet veel op met de vaak sensuele, sterk chromatische muziek van Richard Wagner, die gaandeweg steeds meer vakbroeders, ook in Parijs het hoofd op hol had gebracht. Hij oriënteerde zich liever op de Franse muziek van weleer, van de elegante 18e eeuw, maar ook Mozart en Mendelssohn.
Hoe anders zijn de late composities van César Franck, die wèl gecharmeerd was van de chromatiek van Wagner, hoewel naast de meerstemmige complexiteiten van de werken van Bach. Bijzonder in het strijkkwartet van Franck is de grote spanwijdte ervan die door korte cellen aan de hand van een ingenieuze kiemceltechniek aaneengesmeed wordt.
Benjamin Godard (1849-1895) – Strijkkwartet in g-kl.t., opus 33 (1876)
(3). Andante quasi adagio, (4) Allegro
Uitvoerenden: Quatuor Élysée
CD: Timpani
César Franck (1822-1890 – 1889) – Strijkkwartet in D-gr.t. (1889)
(1) Poco lento – Allegro, (2) Scherzo. Vivace, (3) Larghetto, (4) Finale. Allegro molto
Uitvoerenden: Quatuor Danel
CD: CPO
Evenals in Spanje, verdween ook in het Frankrijk in de eerste helft van de 19e eeuw het strijkkwartet vrijwel geheel naar de achtergrond. Pas in 1871 veranderde dat toen Camille Saint-Saëns met o.m. Alexis de Castillon, Gabriel Fauré, César Franck en Edouard Lalo de Société Nationale de Musique (SNM) oprichtte. De kwartetten van Lalo, Gounod en Godard zijn pas recent weer uit de historische duisternis tevoorschijn zijn gehaald. Hierin klinkt de muziek van Haydn, Beethoven en Mendelssohn door. Maar zeker ook de Franse ‘esprit’ in de aangename melodieën.
Edouard Lalo (1823-1892) – Strijkkwartet in Es-gr.t., opus 45 (1845/1884)
(1) Allegro vivo, (2) Andante non troppo, (3) Vivace, (4) Appassionato
Uitvoerenden: Sacconi Quartet
CD: Sacconi Records
Charles Gounod (1818-1893) – Strijkkwartet in a-kl.t. (CG564)
(1) Allegro, (2) Allegretto quasi moderato, (3) Scherzo, (4) Finale. Allegretto
Uitvoerenden: Quatuor Cambini-Paris
CD: Aparté
Benjamin Godard (1849-1895) – Strijkkwartet in g-kl.t., opus 33 (1876)
(1) Allegro, (2) Andantino con variazioni
Uitvoerenden: Quatuor Élysée
CD: Timpani
Het programma wordt geopend met de finale van het Strijkkwartet opus 4 ‘De la guitarra” van Turina uit 1910. Vele jaren later componeerde Turina nog twee werken, de Oracion del torero en de Serenata opus 87. Beide composities zijn pittoresk van toon en herkenbaar Spaans.
Het Cuarteto en estilo popular van Manuel Palau Boix is welluidend melodisch en zoals de titel van het kwartet al aangeeft gekruid met elementen uit de folklore. De Spaanse triptiek wordt afgerond met het eerste deel van Tweede strijkkwartet, in F-gr.t. van Ruperto Chapí.
Joaquin Turina (1882-1949) – Strijkkwartet opus 4 “De la guitarra” (1910)
(5) Finale: Allegro moderato
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
Joaquin Turina – L’oracion del Torero, opus 34 (1925)
Uitvoerenden: Greenwich String Quartet
CD: Empresa Publica de Gestion De Programas Culturas
Joaquin Turina (1882-1949) – Serenata, opus 87 (1934)
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
Manuel Palau Boix (1893-1967) – Cuarteto en estilo popular (1928)
(1) Allegro non tanto, (2) Scherzo molto animato, (3) Cançó, (4) Final: Allegro
Uitvoerenden: Cuarteto Canales
CD: IVM
Ruperto Chapí (1851-1909) – Strijkkwartet no.2, in F-gr.t. (1904)
(1) Allegro moderato
Uitvoerenden: Cuarteto Latinoamericano
CD: Sono Luminus
Tomás Luis Bretón y Hernandez bleef in zijn instrumentale composities trouw aan de traditionele vormschema’s van de Midden-Europese klassiek-romantische muziek naast de briljante muziek van Saint-Saëns. Zijn muziek wordt gekenmerkt door een mengsel van Duitse ernst, Franse elegantie en Spaanse volksachtige melodieën, zoals we ook in de drie late strijkkwartetten kunnen horen.
Joaquín Turina componeerde in mei 1910 voor zijn leraar een “Panorama Espanol”, namelijk het vijfdelige Strijkkwartet in d-kl.t. (opus 4) met de veelzeggende bijnaam ‘De la guitarra’. Het werk zit vol Andalusische melodieën, hoewel verpakt in de harmonieën van Debussy. Hij schreef dan ook later in 1945 in zijn dagboek: “Het is een Spaans panorama, zij het bezien vanuit Parijs”!
Tomás Bretón (1850-1923) – Strijkkwartet no.3, in e-kl.t. (1909)
(1) Allegro cómodo, (2) Andante, (3) Allegro no mucho, (4) Allegro deciso
Uitvoerenden: Cuarteto Breton
CD: Naxos
Joaquin Turina (1882-1949) – Strijkkwartet opus 4 “De la guitarra” (1910)
(1) Prélude: Andantino, (2) Allegro moderato, (3) Zortzico: Assez vif, mais dans un sentiment tranquille, (4) Andante quasi lento
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
Wat in de tweede helft van de 19e eeuw in Spanje in de concertzalen en salons aan strijkkwartetten werd uitgevoerd was overwegend van Duitse herkomst. Hier kwam verandering met de generatie componisten die rond 1850 werden geboren, onder wie Ruperto Chapí en Tomás Bretón. Toch zou pas na 1900 het strijkkwartet in Spanje weer aanzien verwerven. De strijkkwartetten van Ruperto Chapí dateren uit de laatste jaren van zijn loopbaan en werden na 1905 gepubliceerd. Ze hebben stuk voor stuk een elegante, enigszins Spaans gekleurde toon, met verwijzingen naar de melodieën uit de Zarzuelas.
Ruperto Chapí (1851-1909) – Strijkkwartet no.1, in G-gr.t. (1903)
(1) Allegro moderato, (2) Andante mosso, (3) Allegro molto vivace, (4) Moderato
Ruperto Chapí (1851-1909) – Strijkkwartet no.2, in F-gr.t. (1904)
(2) Allegretto, (3) Allegro molto vivace
From the publisher's feed