Tijdens het Congres van Wenen in 1814-1815 probeerden de overwinnaars van Napoleon een
stabiele politieke orde te scheppen. Zij herstelden veel van de situatie van vóór de Franse
Revolutie en creëerden een machtsevenwicht tussen Europese staten. Toch bleven in landen als
het Koninkrijk der Nederlanden veel maatregelen uit de Franse tijd van kracht, zoals de Code
Napoléon. Als reactie op de restauratie, maar ook in relatie tot de industrialisering en de sociale
kwestie, ontstonden in de 19e eeuw politieke stromingen en bewegingen die zich baseerden op
verlichtingsideeën, zoals het liberalisme, het socialisme, het nationalisme en het feminisme.
Liberalen benadrukten de vrijheid van het individu tegenover de overheid. In de 19e eeuw streden
zij voor gelijke burgerrechten en uitbreiding van het kiesrecht. Socialisten benadrukten de
gelijkheid van mensen, die de gemeenschap of de staat ook materieel kan garanderen. Onder
invloed van Rousseau, de veroveringen van Napoleon en de Romantiek groeide in de 19e eeuw het
nationalisme. Dat ging uit van broederschap binnen één volk of staat. Afhankelijk van het aantal
volkeren binnen de grenzen konden staten hierdoor meer of minder samenhang krijgen.