Historische Contexten

Historische Contexten

By David HofEducationCourses
Download on the App Store

Historische Contexten episodes

  • Historische Context HAVO Britse Rijk Engeland en het kolonialisme in India

    Waardoor werd India in de 19e eeuw de belangrijkste kolonie binnen het Britse Rijk (1765-1885)? 

    Kenmerkende aspecten 

    25 Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie

    29 Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
    31 De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
    33 De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie
    34 De opkomst van emancipatiebewegingen 

    Na de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten verschoof het zwaartepunt van het Britse rijk naar India. Sinds het begin van de 17e eeuw had de East India Company hier factorijen van waaruit zij handel dreef met de Mogol-vorsten. Toen de positie van deze vorsten verzwakte, breidde de East India Company haar macht over India uit. 

    Het verdrag van Allahabad in 1765 betekende het begin van het Britse rijk in India. Al snel heerste de East India Company over een groot deel van het Indiase subcontinent en was het innen van belasting een belangrijke inkomstenbron. Bij de controle over het Britse rijk en voor het afdwingen en beschermen van de handel speelden de Royal Navy en het Brits-Indische leger een grote rol. Dat leger bestond uit Indiase soldaten onder leiding van Britse officieren. Migratie vanuit Groot-Brittannië was er nauwelijks. Een kleine groep Britten voerde het bestuur over miljoenen Indiërs. Zij maakten hierbij gebruik van het bestaande inheemse bestuur.

     Hoewel de Britten talrijke Indiase religieuze en sociale gebruiken afwezen, accepteerden veel Indiërs hun gezag. Toen het in 1857 toch tot een opstand kwam onder ontevreden Indiase soldaten sloegen de Britten deze hard neer. India kwam daarna onder direct gezag van de Britse regering. Koningin Victoria werd keizerin van India. 

    Heerschappij over India gaf politiek en militair aanzien maar was voor Groot-Brittannië vooral economisch belangrijk. Zo werden ook in India plantages opgezet voor de teelt van handelsgewassen. Tegelijk werd het subcontinent een belangrijk afzetgebied voor Engelse industrieproducten. De import hiervan concurreerde sterk met de Indiase huisnijverheid. Lokaal breidde de Britse koloniale macht zich uit via spoorwegen. Stoomschepen en de opening van het Suezkanaal zorgden daarnaast voor snellere verbinding met het moederland, hetgeen ook grotere controle mogelijk maakte. 

    Vanuit een gevoel van superioriteit voerden de Britten de Engelse taal, hun rechtssysteem en hun onderwijssysteem in. Hoogopgeleide Indiërs richtten hierop in 1885 het Indian National Congress op. In eerste instantie streefden zij naar gelijke kansen binnen het Brits-Indische bestuur. De Britten gaven hier niet aan toe. De ontwikkeling van Groot-Brittannië tot grootmacht bepaalde hun zelfbeeld. Zij zagen het als hun taak om de wereld naar Brits model te beschaven.

    18 min
  • HC Havo Britse Rijk Kolonisatie in Amerika

    Op welke manieren ontwikkelden zich de Engelse koloniën in de Amerika's (1585-1833)? 

    18 Het begin van de Europese overzeese expansie

    21 De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg had
    25 Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie
    27 Rationeel optimisme en ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen
    29 Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel, en de opkomst van het abolitionisme
    30 De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap 

    Eind 16e eeuw verkenden de Engelsen Noord-Amerika als mogelijke uitvalsbasis in de strijd met het katholieke Spanje en als eventuele kolonie. In 1620 stichtten de protestantse Pilgrim Fathers er een Engelse nederzetting, met als doel er een geheel nieuwe samenleving te beginnen. In de 17e eeuw groeiden de groepen kolonisten in Amerika gestaag. Aanvankelijk bestonden er handelscontacten met de inheemse bevolking. Bloedige oorlogen en geïmporteerde ziekten zorgden er daarna snel voor dat die inheemse bevolking werd gedecimeerd. 

    De noordelijke koloniën aan de oostkust waren vestigingskoloniën, gericht op landbouw, handel en nijverheid. De koloniën in het zuiden ontwikkelden zich steeds meer tot plantage-economieën, waar producten als tabak en katoen voor de export werden verbouwd. De dertien koloniën aan de oostkust van Noord-Amerika vormden slechts een deel van het Britse rijk in Amerika. 

    Andere Engelse plantagekoloniën in het Caribische gebied, zoals Barbados en Jamaica, waren winstgevender. Alle Engelse koloniën maakten gebruik van de arbeid van slaafgemaakten, maar in de zuidelijke plantagekoloniën vormden zij een groter deel van de bevolking. De driehoekshandel, waarvoor de Engelsen de Royal African Company oprichtten, was lucratief. 

    Europese kolonisten kwamen in aanraking met Verlichte ideeën zoals de trias politica, het idee van volkssoevereiniteit en van natuurlijke rechten. Zij hadden geen politieke vertegenwoordiging in het parlement in Groot-Brittannië maar betaalden wel belastingen aan dat land. Dat frustreerde de kolonisten. Zij kwamen in 1776 in opstand en vormden een onafhankelijke federale staat, de Verenigde Staten van Amerika. 

    Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam in verlichte en in religieuze kringen het abolitionisme op. Een verbod op de slavenhandel in het Britse Rijk in 1807 betekende de economische neergang van Barbados en Jamaica. In 1833 verbood Groot-Brittannië slavernij daarna in grote delen van het rijk.

    23 min
  • Historische Contexten VWO Steden en Burgers #3 - Op welke manier nam de macht van steden toe en hoe beïnvloedde dit de machtsverhouding in de steden?

    Syllabus 4.2.1 - Wat maakte de opkomst vaan een stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten mogelijk (1050 - 1302)?

    Hoofdvraag van deze aflevering:

    Op welke manier nam de macht van steden toe en hoe beïnvloedde dit de machtsverhouding in de steden?

    Deelvragen:

    Welke steden kwamen op na Atrecht en waarom?

    Hoe beïnvloedde dit het leven van de stedelijke elite?

    Welke machtsdynamiek leverde dit op in de steden?

    Waarom werd de positie van andere gildes groter?

    Hoe was dit terug te zien?


    13 min
  • Historische Contexten VWO Steden en Burgers #2 - Hoe ontwikkelden steden zich na 1050?

    Syllabus 4.2.1 - Wat maakte de opkomst vaan een stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten mogelijk (1050 - 1302)?

    Hoofdvraag van deze aflevering:

    Hoe ontwikkelden steden zich na 1050?

    Deelvragen:

    Hoe versterkten steden hun economische positie?

    Hoe verliep het leven in een stad?

    Waar begon verstedelijking en waarom daar?

    Hoe leidde handel tot een sterkere positie voor de steden?

    Welke groepen in de stad waren machtig en waarom?

    Hoe kregen handelaren het stadsbestuur in handen?

    12 min
  • HC VWO Steden en Burgers in de Lage Landen #1 - Wat veranderde er in Europa in de 11e eeuw waardoor steden ontstonden?

    Syllabus 4.2.1 - Wat maakte de opkomst vaan een stedelijke burgerij in de Nederlandse gewesten mogelijk (1050 - 1302)?

    Hoofdvraag van deze aflevering:

    Wat veranderde er in Europa in de 11e eeuw waardoor steden ontstonden?

    Deelvragen:

    Hoe en waardoor veranderde de landbouw?

    Hoe leidde dit tot bloei van de handel?

    Waardoor ontstond er een munteconomie?

    Welk gebied in het noorden verstedelijkte het meest en waarom?

    Waarom Vlaanderen?

    11 min

About Historische Contexten

From the publisher's feed

In deze podcastserie worden de Historische Contexten uit de syllabus Geschiedenis VWO en HAVO behandeld. Als je alle afleveringen luistert, hoor je alle informatie die je nodig hebt voor het onderdeel Historische Contexten voor je eindexamen.