God laat een wonderboom opschieten om Jona schaduw te geven, en de volgende dag een worm die hem laat verdorren. ‘God beschikte’ — dit refrein doorklinkt heel het boek Jona: een vis, een plant, een worm, een oostenwind, alles binnen Zijn voorzienigheid. De Heidelbergse Catechismus noemt dit Gods vaderlijke hand, waaruit ons ‘alle dingen’ toekomen. Welke ‘planten’ en ‘wormen’ ken jij in je leven, en dank je God voor beide?