‘Wij weten niet wat we moeten doen, maar op U zijn onze ogen gericht.’ Josafat ziet zijn krachteloosheid onder ogen en slaat zijn oog omhoog. Ook onze zwakheid hoeft ons niet van God weg te drijven. ‘Als je je zwakheid erkent, zal je machtige Zaligmaker dat gebruiken om je te zegenen en zichzelf te verheerlijken.’ Wat Gods dienaren onderscheidt, is niet hun kracht, bekwaamheid of zelfvertrouwen, maar hun vertrouwen op Gods kracht.