Tijs Boelens van Boerenforum over het boerenprotest eind december 2025.
Voor een sociaal rechtvaardig landbouwbeleid is het van belang dat het middenveld de primaire sector omarmt.
Niet enkel het EU- Mercosur vrijhandelsakkoord speelt maar ook de EU begrotingsbesparing, aangekondigd door Ursula von der Leyen en haar EPP. Daar bovenop is er een wetsvoorstel (omnibus) gelekt van de Europese Commissie voor onbeperkte goedkeuring van pesticide gebruik.Drie gebeurtenissen vormen deze periode de aanleiding van dit strijdtoneel. Op 17/12/25 was er in Luik het Via Campesina protest, op 18/12 riep de boerenbond en Copa Cogeca op om naar Brussel te trekken en dan zijn er nog de jaarlijkse EU agri FOODdays in Brussel de week erna.
Copa Cogeca riep haar boeren op om op 18 december naar Brussel te komen onder het motto “genoeg rook en spiegels: EU-landbouw en voedselveiligheid in gevaar.” Copa Cogeca is niet de enige koepelorganisatie die boeren vertegenwoordigt. Zij hebben onder hun leden zeer weinig jonge en kleinschalige landbouwers, hen uitvergroten tot dé representatie zou dus niet correct zijn.
De meerderheidssyndicaten in Europa zoals koepelorganisatie Copa Cogeca en in België de boerenbond geloven voornamelijk in een agro-industrieel landbouwmodel.
Subsidies van de Common Agriculture Policy (cap) gaan vaker naar de grootste boerenbedrijven, terwijl kleinere boerenbedrijven hier niet van genieten.
“Via Campesina is in Europa dan wel een minderheidssyndicaat maar heeft bij de boerenprotesten twee jaar geleden heel erg haar nek uitgestoken om uit te leggen aan de media waarom de boeren nu juist staakten.” De dag voor het huidige protest in Brussel hebben zij zelf opgeroepen voor een actie aan de luchthaven in Luik. “Je kan tenslotte geen internationale handel gaan voeren als je niet ook je (lucht)havens blijft optimaliseren. Boeren, producenten, consumenten, burgers binnen Europa worden gedwongen hun uitstoot te reduceren terwijl tegelijkertijd het EU beleid plankgas geeft in de internationale handel. Voor gewone boeren is het moeilijk te begrijpen dat de primaire sector steeds met de vinger wordt gewezen terwijl de industrie duchtig blijft uitstoten.”
“De EU-MERCOSUR-vrijhandelsakkoorden willen vooral zoveel mogelijk handelsbarrières wegwerken om meer aan internationale handel te doen. Dit bij voorkeur in een neokoloniaal schema waarbij westerse landen hoog afgewerkte industriële producten exporteren en de landen in het Zuiden landbouwgrondstoffen naar ons verhandelen. De vraag stelt zich dan of de EU misschien vergeten is dat er in Europa ook nog boeren zijn. “
In de onderhandelingen binnen de EU over het vrijhandelsakkoord is er door de tegenstanders aan tafel vooral aan ‘windowdressing’ gedaan, stelt Tijs Boelens. Er zijn geen fundamentele zaken veranderd. De ramen van het huis maken de stevigheid van het gebouw niet. Als Italië en Frankrijk echt het been hadden stijf gehouden, had er misschien nog een omslag kunnen komen.”
“Eigenlijk offeren we in het westen onze primaire sector op om nog meer auto’s te produceren en exporteren en de (voornamelijk Duitse) farma-industrie goed te laten scoren op de internationale markt.”
“Binnen dit vrijhandelsakkoord werd de afweging gemaakt in het voordeel van export van hoog afgewerkte industriële producten, zoals voertuigen en farma, waarbij we import van landbouwproducten er dan moeten bijnemen. Maar welke zekerheid hebben wij in het westen dat bijvoorbeeld Brazilië zelf geen auto’s gaat produceren of dat men de auto’s importeert vanuit China?
Zou het niet verstandiger zijn dat Europa kijkt op welke manier we binnen het continent zelfredzaam kunnen zijn? Met het opofferen van onze primaire sector raken we ook een andere problematiek aan. Toegang tot water, toegang tot schone lucht en biodiversiteit worden in de ‘waagschaal’ gelegd ten voordele van de industrie. Maar op het einde van de rit kunnen we geen auto’s eten.”
“Als boeren moeten we beseffen dat we eigenlijk twee jaar geleden al aan het protesteren waren tegen EU-Mercosur. In plaats van ons dit goed te realiseren zijn we kwaad geworden op de natuursector. Een strategische fout. We hadden niet in de eerste plaats op de biodiversiteitsinspanningen en vergroening binnen de EU moeten schieten maar op de economische dreiging.
Organisaties zoals Via Campesina en haar leden, waaronder Boerenforum in Vlaanderen en MAP in Wallonië, hadden ondersteuning moeten krijgen vanuit het middenveld om de druk hoog te houden en zo mogelijk het vrijhandelsakkoord buiten. Ook vakbonden en ngo’s hadden moeten beseffen wat er op het spel stond om vanuit die landbouworganisaties aan basiseducatie te doen met de boeren zelf . Ipv te focussen op ecologie, het accent verschuiven naar economie en net de linken leggen met de ecologische beweging.
Pas zo kunnen we uitleggen waar ook voor ons het schoentje knelt op vlak van vergroening. Deze vergroening werd als optie meegegeven vanuit het Europese landbouwbeleid met haar subsidies, maar niet op een sociaal rechtvaardige manier. Wij hadden heel veel redenen om hierover in debat te gaan met de natuur- en milieusector. Met 1 dag protest in Brussel, kan je niet verwachten beleidsmakers nog op andere gedachten te brengen.”
Europese landbouwsubsidies:”the bigger you are, the more you get”.
Hoe groter het landbouwbedrijf, hoe meer subsidies je krijgt, dat was zowat de insteek van de afgelopen decennia bij het verdelen van de Europese landbouwsubsidies. De meer recente financiële steun ging over vergroening, maar ook daar kan iemand met veel meer hectares grond veel meer bloemenranden aanleggen dan iemand met een bescheiden perceel. Het was positief dat men al eens ging nadenken over bodemvruchtbaarheid en landbouwdiversiteit, maar het was helaas geen sociaal rechtvaardige evolutie.
Maatregelen voor verduurzaming zijn nog te veel gericht op het puur ecologische aspect ipv ook op het economische.
Tegelijk zijn er ook de besparingen van de CAP landbouwsubsidies begroot in de EU. Er is niet enkel financieel in gesnoeid, maar er zijn ook keuzes gemaakt die ingaan tegen verduurzaming. Er kon veel wat betreft biodiversiteitsverbetering en bodemvruchtbaarheidsoptimalisatie bijvoorbeeld, maar door de gemaakte keuzes werd dit bijgestuurd. De EU is erg volatiel, zij veranderen te vaak, te snel hun beleid. Dit past niet bij een landbouwsector die net lange termijnen nodig heeft.
Een landbouwbeleid dat elke vijf jaar kans op verandering maakt zorgt er voor dat boeren geen duurzame beslissingen kunnen nemen die de zaken die er voor de samenleving toe doen, verbeteren.
Wat voor de economische performantie van het boerenbedrijf goed is, gaat dan vaak ten koste van biodiversiteit, erosiebestrijding en koolstofopbouw.
Het sociale middenveld moet ook stoppen aan de overheid kortetermijnoplossingen te vragen. We moeten bedenken waar we willen staan over 30 jaar. We moeten bottom-up leren aan beleidsmakers en politici dat voedselzekerheid gaat over generaties.
Er is nood aan langetermijnperspectief, een visie over waar we willen staan over 30 jaar, met te nemen stappen onderweg. Een standvastige visie die niet over enkele jaren terug wordt aangepast of teruggedraaid. Zo’n visie komt pas tot stand door overleg van onderuit op een zo democratisch mogelijke manier.
“De praktijk is echter anders, een koehandel van kortetermijnpolitiek waar helaas ook veel milieuorganisaties in meegaan.
Is de Farm To Fork-strategie dan een gemiste kans? “De farm to fork -stategie had op zoek moeten gaan naar economische oplossingen om de green deal economisch haalbaar/duurzaam te maken.
“Het idee was dat de green deal het moeilijker zou maken voor de boeren, maar dat de farm to fork-strategie op zoek zou gaan naar economische oplossingen voor de moeilijkheden die ze mogelijk zouden tegen komen op hun traject. De Eu heeft de kassa van de ‘doos’ farm to fork-strategie leeg gehaald. De woorden in het dossier bleven staan, maar het economische zwaartepunt, de economische subsidies, werden eruit gehaald. Natuurorganisaties stonden versteld dat de green deal werd aangevallen door de boeren. De manier waarop je economisch een eventuele kaalslag voor de boeren opvangt, voorzien in de farm to fork-strategie, werd door de beleidsmakers onderuit gehaald waardoor men zo reeds op voorhand al begonnen was aan de begrafenis van de green deal.”
De tegenstelling tussen klimaat en milieu werd op de spits gedreven door het onderuithalen van de farm to fork-strategie. Dit terwijl eerder een transitie naar agro-ecologie nodig is en een eerlijke verdeling van de middelen.