Negentienzesenveertig, 't jaar dat ik ben geboren
De oorlog net voorbij, Nederland nog aan de grond
Je was als boreling, warempel uitverkoren
Als je wieg in zesenveertig, in Holland stond
Je was een soort van voorbestemd om gratis mee te liften
Met de vooruitgang die tot in de hemel stijgen zou
Je leven werd een eindeloze reeks van gulle giften
Ongeacht de vraag of je die eigenlijk wel wou
Met onwaarschijnlijke precisie kwamen die geschenken
Mij op het juiste ogenblik te hulp keer op keer
Zodanig dat de loop der dingen mij wel 'ns deed denken
Het lijkt of ik persoonlijk de geschiedenis dicteer
Ik ben een prins, het is niet te geloven
Van m'n eerste levensdagen, tot nu in m'n pensioen
Kreeg ik altijd alles zomaar toegeschoven
Ik heb er van m'n leven nooit veel voor hoeven doen
Zo kon meneer pastoor mij als dreumes nog bedreigen
Met hel en met verdoemenis als ik slechte dingen dacht
Maar net toen ik als kind daar last van leek te zullen krijgen
Begon de leegloop van de kerk te vreten aan haar macht
Zoiets is even later ook mijn ouders overkomen
Precies toen ik genoeg kreeg van hun ouderlijk gezag
Is dat hun door de Sixties-revolutie afgenomen
En hoefde ik niet zelf meer met m'n ouders in de slag
En toen mijn vriendinnetje en ik elkaar ontmaagden zouden
Zei zij ik durf niet omdat ik niet zwanger worden wil
Maar net toen ik bedacht dat ik me niet meer in kon houden
Was daar het nieuwste wonder van de wetenschap: de pil
Ik ben een prins, het is niet te geloven
Van m'n eerste levensdagen, tot nu in m'n pensioen
Kreeg ik altijd alles zomaar toegeschoven
Ik heb er van m'n leven nooit veel voor hoeven doen
En toen ik aan de universiteit wou gaan studeren
Maar men daar bij ons thuis helaas de centen niet voor had
Ging net het rijk op grote schaal studenten subsidiëren
En had ik met een dikke beurs in ene centen zat
Mijn carrière heeft daarna een hoge vlucht genomen
Niet dat ik ooit op aanzien uit geweest ben of op poen
Je kon in onze conjunctuur niet aan succes ontkomen
Al had je daar ook nog zozeer je best voor willen doen
En toen, niet lang geleden nog, m'n baan mij ging vervelen
Maar ik nog veel te jong was om al met de VUT te gaan
Kreeg ik een gouden handdruk mee om buiten te gaan spelen
Dat zou nu al niet meer kunnen, maar zo werd dat toen gedaan
Ik ben een prins, het is niet te geloven
Van m'n eerste levensdagen, tot nu in m'n pensioen
Kreeg ik altijd alles zomaar toegeschoven
Ik heb er van m'n leven nooit veel voor hoeven doen
Ik ben nu zestiger en word een kouwelijke opa
Maar 'n huisje kopen in Zuid-Frankrijk da's een hoop gedoe
En simsalabim dat hoeft ook niet want het zuiden van Europa
Komt met de global warming, net op tijd weer, naar mij toe
Zo niet aan het klimaat dan zal de wereld gauw bezwijken
Aan het nucleaire terrorisme, want dat komt er aan
Maar ik zal wel dat lot weer op het nippertje ontwijken
Door net nog aan de vooravond natuurlijk dood te gaan
En als ik dan ben overleden mag ik zeker naar de
Hemel, waar mijn generatie blijkbaar recht op heeft
Daar kan ik eeuwig overdenken waarom onze aarde
Mijn lichting, die van '46, niet heeft overleefd
Ik ben een prins, het is niet te geloven
In m'n laatste levensdagen, staat dit visioen
De wereld komt mijn generatie niet te boven
Wat heb ik daar nou van m'n leven
Daar nou van m'n leven
Daar nou van m'n leven
Helemaal aan willen doen
Tekst en muziek: Marc De Koninck
Arrangement van en door: Gerie Daanen
Piano: Berry van Berkum
Copyright: © oktober 2008