
Sign up to save your podcasts
Or


We beginnen het programma direct met de rondo-finale van het Tiende strijkkwartet in Es-gr.t., opus 51, van Dvořák. Het Elfde strijkkwartet, in C-gr.t., opus 61 uit 1881 is, zeker na het vorige kwartet, minder nadrukkelijk volks of landelijk. De opzet ervan is eerder als symfonisch te omschrijven en doet denken aan die van de Zevende symfonie. Deze muziek is tegelijk hecht doortimmerd en zangerig, en van een ongekende schoonheid!
De Quartettsatz in F-gr.t., die pas in 1945 voor het eerst werd uitgevoerd, was het oorspronkelijke eerste deel voor het Elfde strijkkwartet, in C-gr.t. Ter afronding klinkt de Nocturne in B-gr.t., opus 40, die oorspronkelijk bestemd was voor het Strijkkwartet in E-gr.t. opus 80 en later ingevoegd werd in het Strijkkwintet in G-gr.t. opus 77 – dus met een contrabas toegevoegd aan het kwartet.
4. Finale. Allegro assai
Uitvoerenden: Vogler String Quartet
CD: CPO
Antonin Dvořák – Strijkkwartet in C-gr.t. (nr.11), opus 61 (1881)
1. Allegro, 2. Poco adagio e molto cantabile, 3. Scherzo. Allegro vivo, 4. Finale. Vivace
Uitvoerenden: Talich Quartet
CD: La Dolce Volta
Antonin Dvořák – Quartettsatz in F-gr.t. (B.120) (1881)
Uitvoerenden: Stamic Quartet
CD: Briljant Classics
Antonin Dvořák – Nocturne in B-gr.t. opus 40 (1870 rev. 1875 en 1883)
Uitvoerenden: Panocha Quartet
CD: Supraphon
In de volgende uitzendingen worden telkens drie kwartetten over twee programma’s verdeeld. Het Negende strijkkwartet, in d-kl.t., opus 34, toont het melodische gemak van Dvořák, dat Brahms zozeer bewonderde. Niet zonder reden droeg hij het werk aan Brahms op, die het met evenveel enthousiasme aanvaardde. Bij het Tiende strijkkwartet, in Es-gr.t., opus 51, was van meet af aan duidelijk dat dit opus een Slavisch kwartet moest worden. De melodieën, de ritmen, de algehele toon van zijn muziek is door en door verbonden aan zijn vaderland, aan de volksdansen, het landleven tussen de bossen en velden ten zuiden van Praag.
Antonin Dvořák – Strijkkwartet in d-kl.t. (nr.9), opus 34 (1877)
1. Allegro, 2. Alla polka. Allegretto scherzando, 3. Adagio, 4. Finale. Poco allegro
Uitvoerenden: Vogler String Quartet
CD: CPO
Antonin Dvořák – drie delen uit het Strijkkwartet in Es-gr.t. (nr.10),opus 51 (1879) ‘Slavische’
1. Allegro ma non troppo, 2. Dumka (Elegie). Andante con moto – Vivace, 3. Romanza. Andante con moto
Uitvoerenden: Vogler String Quartet
CD: CPO
Vandaag staan wederom een kwartet van Dvořák en een van Fibich naast elkaar. Achtste strijkkwartet, in E-gr.t., opus 80 van Dvořák uit 1876 en het Tweede strijkkwartet, in G-gr.t., opus 8, uit 1878 van Zdenek Fibich.
In het kwartet van Dvořák klinkt alles even vanzelfsprekend en natuurlijk. Brahms moet dit en het negende kwartet gezien hebben toen hij aan zijn uitgever schreef: “Dvořák heeft van alles geschreven, opera’s (Tsjechische), symfonieën, kwartetten en piano muziek. Hij is zonder enige twijfel zeer getalenteerd. Bovendien is hij arm. Ik smeek je er over na te denken.”
In Fibichs Kwartet in G-gr.t. zijn in het zeer korte scherzo en de finale verwijzingen naar Boheemse volksmuziek te vinden. De finale heeft zelfs iets ongegeneerd boers, dat we bij Dvořák zelden tegenkomen. Let maar op de draailier-begeleidingen.
Antonin Dvořák – Strijkkwartet in E-gr.t. (nr.8), opus 80 (1876)
1. Allegro, 2. Andante con moto, 3. Allegro scherzando, 4. Finale Allegro con brio
Uitvoerenden: Vogler String Quartet
CD: CPO
Zdenek Fibich – Strijkkwartet in G-gr.t., opus 8 (1878)
1. Allegro moderato, 2. Adagio, 3. Scherzo. Allegro scherzando, 4. Finale. Allegro vivace
Uitvoerenden: Panocha Quartet
CD: Supraphon
Na het eerdere Kwartet in a-kl.t., dat we vorige week beluisterd hebben, is het Zevende strijkkwartet opnieuw in a-kl.t.. Alsof er nog wat hersteloperaties nodig waren en een nieuw kwartet daartoe beter geschikt zou zijn dan het oude opnieuw aan te pakken. Direct vanaf de eerste maat van het nieuwe kwartet heeft Dvořák de juiste toon, de juiste heldere structuur en de juiste kwartetklank gevonden, zelfs al viel er ook hier nog wel wat te verbeteren. Want na 1894 heeft Dvořák de partituur van het zevende kwartet nog een keer op de werkbank gelegd en gereviseerd.
Het mooie Eerste strijkkwartet in A-gr.t. van Zdenek Fibich (1850-1900) dateert eveneens uit 1874. Hoewel Fibich misschien minder prominent zijn Boheemse achtergrond in zijn muziek tentoonspreidde dan Smetana en Dvořák, was hij niet minder geïnteresseerd in de volksmuziek. In Fibichs strijkkwartetten is Bohemen echter meer in de vriendelijke, soms landelijke, atmosfeer te bespeuren dan in de volks thematiek.
Antonin Dvořák – Strijkkwartet in a kl.t. (nr.7), opus 16 (1874)
1. Allegro ma non troppo, 2. Andante cantabile, 3. Allegro scherzando, 4. Allegro ma non troppo
Uitvoerenden: Panocha Quartet
CD: Supraphon
Zdenek Fibich – Strijkkwartet in A-gr.t. (1874)
1. Allegro grazioso, 2. Andante semplice, 3. Allegretto, 4. Allegro
Uitvoerenden: Panocha Quartet
CD: Supraphon
Antonin Dvořák – Cypresse nr.5 – Andante
Uitvoerenden: Vlach Quartet Praag
CD: Naxos
Met Antonin Dvořák (1841-1904) komen we bij de Tsjechische componist die bij verre de meeste strijkkwartetten heeft geschreven, veertien in totaal, waarvan meer dan de helft tot het standaardrepertoire gerekend mag worden, zelfs al heeft slechts één enkel kwartet hem wereldwijde faam bezorgd, namelijk het twaalfde kwartet, dat ook bekend is als het Amerikaanse kwartet. Juist daarom zal ik meerdere weken aan Dvořáks kwartetten besteden, te beginnen met het Zesde strijkkwartet in a-kl.t., opus 12, uit 1873. Aanvankelijk had dit kwartet een eendelig werk moeten worden. Pas bij revisie een jaar later werden de delen los gehaald en werd een deel van de oorspronkelijke muziek verwijderd. In 1887 bewerkte Dvořák een twaalftal liefdesliederen uit 1865 voor strijkkwartet, met dezelfde titel: Cypressen. Acht daarvan ronden dit programma af.
Antonin Dvořák – Strijkkwartet in a-kl.t. (nr.6), op.12 (1873)
1. Allegro ma non troppo, 2. Poco allegro, 3. Poco adagio,4. Finale. Allegro molto
Uitvoerenden: Panocha Quartet
CD: Supraphon
Antonin Dvořák – Cypressen (bewerking uit 1887 van liederen uit 1865)
selectie:
Nrs. 1 (Moderato), 2 (Allegro ma non troppo), 3 (Andante con moto), 4 (Poco adagio), 9 (Moderato), 10 (Andante maestoso), 11 (Allegro scherzando) en 12 (Allegro animato)
Uitvoerenden: Vlach Quartet Praag
CD: Naxos
De doorbraak van de Boheemse volksmuziek met Bedřich Smetana (1824-1884)
De werkelijke doorbraak van de Boheemse volksmuziek kwam door toedoen van Bedřich Smetana. Zijn twee kwartetten, uit 1876 en 1883, zijn in voor de componist verontrustende en ontregelende periodes geschreven. Het eerste van de twee, het Strijkkwartet in e-kl.t., kreeg niet zonder reden een verklarende titel mee: ‘Uit mijn leven’. En dat is voor Smetana niet alleen zijn leven als privépersoon, maar evenzeer zijn leven als Bohemer. Privé gaat het werk over zijn plotselinge doofheid na een hoge pieptoon en over de liefde voor zijn jong gestorven echtgenote. De Bohemer horen we in de vele dansen. Het tweede Strijkkwartet, in d-kl.t., heeft een totaal ander karakter. Smetana’s gezondheid was rond 1880 ernstig verslechterd. Hij had last van hallucinaties, slapeloosheid en depressies. Zo ontstond een jaar voor zijn dood zijn laatste kamermuziekwerk, als wervelingen in het hoofd van een dove, zoals hij zelf in een brief opmerkte.
Bedřich Smetana – Strijkkwartet in e-kl.t. (nr.1) (1876)
1. Allegro vivo appassionato, 2. Allegro moderato a la polka, 3. Largo sostenuto,
Uitvoerenden: Pavel Haas Quartet
CD: Supraphon
Bedřich Smetana – Strijkkwartet in d-kl.t. (nr.2) (1883)
1. Allegro, 2. Allegro moderato – Andante cantabile, 3. Allegro non piú moderato, ma agitato e con fuoco, 4. Finale. Presto
Uitvoerenden: Pavel Haas Quartet
CD: Supraphon
Bedřich Smetana – De verkochte bruid, Dans van de comedianten
(arr. Carlo Martelli)
Uitvoerenden: Quartetto Energie Nove
CD: Dynamic
De Bohemer Vaclav Jindrich Veit (1806-1864) was aanvankelijk een volgeling van Haydn en Beethoven, maar ontwikkelde zich via de invloed van Spohr en Mendelssohn tot een vurig nationalist, zelfs al is dat niet in al zijn werken direct zo sterk aanwezig als bij latere componisten. Veit componeerde vier vierdelige strijkkwartetten die grotendeels nog vooruit lopen op de latere, meer Boheems getinte, werken uit de jaren vijftig. We kunnen bij deze werken nog spreken van ‘vioolkwartetten’, aangezien ze, evenals de meeste kwartetten van Spohr, veel nadruk leggen op een briljante eerste vioolpartij. Het Vierde strijkkwartet, in g-kl.t., opus 16, voltooide Veit in 1840. Het Derde strijkkwartet, in Es-gr.t., opus 7 dateert uit 1838. Daarvan worden twee delen uitgezonden.
Vaclav Jindrich Veit - Strijkkwartet in g-kl.t. (nr.4), opus 16 (1840)
1. Allegro molto ed appassionato, 2. Menuetto. Allegretto ma non troppo, 3. Adagio, 4. Allegro assai - Andante con moto (Air de Bohème) - Allegro assai
Uitvoerenden: Kertesz Quartet
CD: Toccata Classics
Vaclav Jindrich Veit â uit Strijkkwartet in Es-gr.t. (nr.3), opus 7 (1839)
1. Allegro moderato e patetico, en 4. Finale. Allegro molto
Uitvoerenden: Kertesz Quartet
CD: Toccata Classics
Rond 1880 componeerde de twintigjarige Hugo Wolf een verbazingwekkend Strijkkwartet in d-kl.t.. Het is alsof hij eigenlijk een opera of een symfonie had willen schrijven, maar uiteindelijk al zijn intenties in het keurslijf van vier strijkers heeft gedwongen. Althans, zo voelt het bij het beluisteren van de drie kwartier muziek waarmee Wolf zijn hevige frustraties over zijn fysieke malaise, de bij hem geconstateerde syfilis, zijn onbeantwoorde liefdes en de mislukte start van zijn loopbaan als musicus van zich afschreef. Vanaf de eerste maat van het Grave staat deze muziek onder hoogspanning.
Enkele jaren na het voltooien van het Kwartet in d-kl.t. (dat overigens pas kort voor zijn dood voor het eerst werd uitgevoerd), componeerde Wolf de ‘Italienische Senerade’, die spoedig veel erkenning heeft gevonden. Het is een lichtvoetig, charmant en pretentieloos rondo, dat doet denken aan de veelal ook Italiaanse volksmuziek die Wolf in zijn jeugd in Windischgrätz (tegenwoordig Slovenj Gradec) gehoord had.
Hugo Wolf (1860-1903) – Strijkkwartet in d-kl.t.
1. Grave – Leidenschaftlich, 2. Langsam, 3. Resolut, 4. Sehr lebhaft
Hugo Wolf – Serenade in G-gr.t. “Italienische Serenade”
Brahms Strijkkwartetten.
De aard van het Strijkkwartet in Bes-gr.t., opus 67, wordt vooral bepaald door het eerste deel (Vivace) dat niet alleen in de landelijke toonsoort Bes-groot staat, maar ook in een zes-achtste maat is geschreven. We kunnen er bijna niet omheen dat deze muziek veel gelijkenis vertoont met het Strijkkwartet in Bes-gr.t. van Mozart dat ook wel als Jachtkwartet te boek staat. Brahms was een groot liefhebber van de muziek van Mozart en bezat ook enkele van zijn manuscripten. Toch lijkt hier toch echt sprake van toeval te zijn. Zo er een verband aangewezen kan worden, dan is dat vooral te vinden in de economie waarmee Brahms te werk is gegaan. Geen noot te veel. Dat was ook Mozart’s devies. Of zoals Brahms aan zijn vriend, de chirurg Theodor Billroth liet weten, aan wie hij opus 51 had opgedragen: “Het is niet moeilijk [een kwartet] te schrijven, maar het is verdraaid lastig de noten die overbodig zijn onder het tapijt te vegen.”
Het Quartettino in a-kl.t. van Julius Röntgen dateert van 1922 en is een duidelijk eerbetoon aan Brahms.
Johannes Brahms – Strijkkwartet in c-kl.t., opus 51:1
3. Allegretto molto moderato e comodo, 4. Allegro
Uitvoerenden: Orpheus Quartett
CD: Turtle Records
Johannes Brahms – Strijkkwartet in Bes-gr.t., opus 67
1. Vivace, 2. Andante, 3. Agitato, 4. Poco Allegretto con Variazioni – Doppio movimento
Uitvoerenden: Orpheus Quartett
CD: Turtle Records
Julius Röntgen – Quartettino in a-kl.t. (1922)
Uitvoerenden: Matangi Quartet
CD: Challenge Classics
Na bijna twintig uitzendingen sinds we de kwartetten van Schumann hebben behandeld, komen we dan nu eindelijk bij de “jongeman over wiens wieg Gratiën en Helden stonden toe te kijken. Zijn naam is Johannes Brahms.” Schumann schreeft dat al in 1853. Toen de beide kwartetten opus 51 in 1873 werden gepubliceerd en uitgevoerd, was het concertpubliek niet direct enthousiast. De muziek werd te complex geacht om de waarde ervan na een enkele uitvoering te kunnen beoordelen. Er viel te weinig te genieten, meende men aanvankelijk. Of anders gezegd – en dat is een klacht die men bij de muziek van Brahms wel vaker hoort, ook nu nog – je moet je hersens erbij houden.
Kort na opus 51 verscheen ook opus 67. De drie kwartetten worden over twee programma’s verdeeld. Het Strijkkwartet in c-kl.t. opus 51:1 is een eerbetoon aan Beethovens opus 59, het Strijkkwartet in a-kl.t. opus 51:2 aan Schumann. In het Strijkkwartet in Bes-gr.t. opus 67 komt, vooral in het eerste deel, de liefde voor Mozart aan bod.
Johannes Brahms – Strijkkwartet in a-kl.t. opus 51:2
1. Allegro non troppo, 2. Andante moderato, 3. Quasi Minuetto, moderato, 4. Finale. Allegro non assai
Uitvoerenden: Orpheus Quartett
CD: Turtle Records
Johannes Brahms – Strijkkwartet in c-kl.t., opus 51:1
1. Allegro, 2. Romanze
Uitvoerenden: Orpheus Quartett
CD: Turtle Records
From the publisher's feed