
Sign up to save your podcasts
Or


Felix Mendelssohn (1809-1847) wordt nogal eens met Mozart vergeleken, niet in het minst vanwege zijn status als wonderkind. Maar zijn muziek lijkt zelden op die van Mozart, is er in feite ook geen vervolg op. De jonge Felix was meer geïnteresseerd in de elegant virtuoze muziek van Spohr, Viotti en Moscheles. Aan de hand van zijn leraar Carl Zelter leerde hij zeer jong de werken van Bach kennen, waardoor zijn muziek al vroeg voorzien was van ingenieuze contrapuntische technieken. Mendelssohn componeerde zijn eerste volwassen Strijkkwartet in a-kl,t, opus 13 in 1827, twee jaar na de doop van het befaamde ‘Oktet’ voor acht strijkers.
De jonggestorven Zwitserse componist Friedrich Fröhlich (1803-1836) studeerde korte tijd bij Carl Zelter, via wie hij diens jonge student Felix Mendelssohn leerde kennen. Van de acht strijkkwartetten die Fröhlich gecomponeerd zou hebben, zijn slechts enkele in moderne edities voorhanden. Deze verschaffen ons het beeld van een uitermate begaafde componist, die te jong is gestorven om zich echt te hebben kunnen ontwikkelen.
Felix Mendelssohn – Strijkkwartet in a-kl.t., opus 13
1. Adagio-Allegro vivace, 2. Adagio non lento, 3. Intermezzo: allegretto con moto-Allegro di molto, 4. Presto
Friedrich Fröhlich – Strijkkwartet in g-kl.t.
1. Andante con variazioni, en 4. Finale: Allegro molto
De Deens-Duitse componist Friedrich Kuhlau (1786-1832) was een overgangsfiguur tussen en naast Beethoven, Schubert en Mendelssohn. Kuhlau’s enige Strijkkwartet, in a-kl.t., dateert uit het laatste jaar van zijn leven, 1831. Friedrich Kuhlau werd in Hannover geboren, in Hamburg tot pianist en componist opgeleid en vluchtte in 1810 voor de Napoleontische troepen naar Kopenhagen. Hij werd na enkele jaren als hofcomponist aangesteld en verwierf naam als componist van elegant virtuoze werken (met name voor fluit!) en van opera’s en toneelmuziek met een sterk Deense nationale inslag. Het strijkkwartet is zijn laatst voltooide werk.
De strijkkwartetten van Mikhail Glinka (1804-1857) behoren tot zijn vroege werken, die zeker wat de kamermuziek betreft nog erg op Haydn en de vroege Beethoven leunen. In het Tweede strijkkwartet, in F-gr.t. uit 1831 is op de achtergrond ook de muziek van Louis Spohr te bespeuren.
Friedrich Kuhlau – Strijkkwartet in a-kl.t., opus 122 (1831)
1. Introduzione: Andante sostenuto-Allegro assai poco agitato, 2. Adagio con espressione, 3. Scherzo: Allegro assai, 4. Finale: Allegro molto
Mikhail Glinka – Strijkkwartet in F-gr.t. (1830)
1. Allegro spiritoso, 2. Andante con moto, 3. Menuetto: Allegro brilliante, 4. Rondo: Allegro moderato
De Zweedse componist Franz Berwald (1796-1868) schreef muziek die te ‘ongehoord’ en tegendraads was om hem enige vorm van succes te kunnen verschaffen. Daardoor werden zijn drie Strijkkwartetten, in g-kl.t. (1818), in a-kl.t. (1849) en in Es-gr.t. (1849) pas lang na zijn dood gepubliceerd. Een lot dat ook zijn vier prachtige symfonieën en tal van andere werken beschoren was. Berwald schreef zijn muziek zonder enige academische opleiding, met als gevolg een onconventionele behandeling van vorm en harmonie, die hem menigmaal verweten werd. Met name in de twee late kwartetten is dat goed te horen. Menigmaal lijkt deze muziek een eeuw te vroeg geschreven te zijn…
Franz Berwald – Eerste strijkkwartet, in g-kl.t. (1818)
4. Allegretto
Franz Berwald – Tweede strijkkwartet, in a-kl.t. (1849)
1. Introduzione: Adagio – Allegro, 2. Adagio, 3. Scherzo: Allegro assai, 4. Finale: Allegro molto
Franz Berwald – Derde strijkkwartet, in Es-gr.t. (1849)
1. Allegro con brio-Allegro di molto, 2. Adagio quasi Andante, 3. Scherzo: Allegro assai, 4. Adagio, 5. Allegro di molto
Met het Kwartet in G-gr.t. sloot Schubert in de vroege zomer van 1826 zijn kwartetoeuvre af. Met het Strijkkwintet in C-gr.t. deelt het Kwartet in G-gr.t. de spannende harmonische contrasten. Bovendien zijn beide werken zonder meer symfonisch van opzet en slaan (achteraf beschouwd) een brug met de werken van Brahms, Bruckner en Mahler. Met name het eerste deel (Allegro molto moderato) heeft symfonische proporties. De botsingen tussen mineur en majeur zijn verantwoordelijk voor een hoogst dramatische sfeer. En toch is er ook ruimte voor vergezichten en breed uitgesponnen lijnen. In het tweede deelt valt een uitgesponnen intens melancholieke melodie in de cello op, waarna de sfeer omslaat en een heftige storm opsteekt die over het zomerse landschap woedt. Wederom is het Scherzo, ondanks z’n lengte, een brug naar de finale. Dit deel is gebouwd op drie thema’s, die de een na de ander uit elkaar voortkomen. De eerste uitvoering van het Kwartet in G-gr.t. vond plaats 22 jaar na Schuberts dood, in 1850, door het kwartet van Josef Hellmesberger.
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.15, in G-gr.t. (D887)
1. Allegro molto moderato, 2. Andante un poco moto, 3. Scherzo. Allegro vivace, 4. Allegro assai
Franz Schubert – Strijkkwartet nr. 10, in Es-gr.t. (D87)
Deel 4: Allegro
Terwijl het Rosamunde-kwartet in a-kl.t. nog op de werkbank lag was Schubert in maart 1824 al begonnen met het Strijkkwartet in d-kl.t., dat bekend is geworden als “Der Tod und das Mädchen”. Deze bijnaam is te danken aan het gebruik van het gelijknamige lied uit 1817 dat Schubert in het langzame deel plaatste. En dan bovendien juist dat deel waarin de dood zelf sprekend ten tonele wordt gevoerd. Dat heeft het gehele kwartet gekleurd. Maar ook het snellere deel waarin het meisje zich verweert is in het kwartet terecht gekomen. Het Kwartet in d-kl.t. is niet alleen somber maar ook uitermate fel, zoals in de heftige muziek van het Allegro. Het Andante con moto is gebaseerd op het genoemde lied. Het is een reis van verslagenheid (de dood met z’n monotone toonherhalingen) via verzet tot hoop, nu eens zuchtend en dan weer dreigend, nu eens idyllisch en dan weer weemoedig en hoopgevend. Een kort Scherzo dient als brug naar de demonische finale (Presto), dat de kroon op het gehele werk spant.
Franz Schubert – Der Tod und das Mädchen (D531)
Uitvoerenden: Matthias Goerne, Helmuth Deutsch
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.14, in d-kl.t. (D810)
“Der Tod und das Mädchen”
1. Allegro, 2. Andante con moto, 3. Scherzo. Allegro molto – Trio, 4. Presto
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.9, in g-kl.t. (D173)
Deel 2: Andantino, deel 4: Allegro
In september 1816 leek Schubert niet meer geweten te hebben hoe nu verder te gaan met het strijkkwartet als genre. Pas eind 1820 lijkt hij de juiste weg gevonden te hebben, al was dat met een onvoltooid werk, een eerste deel, de bekende Quartettsatz in c-kl.t. (D703). Er gaat een grote verhalende kracht van deze muziek uit. Maar belangrijker nog is dat in deze muziek Haydn, Mozart en Beethoven geen rol meer spelen. Dit is honderd procent Schubert! Na dit losse deel, duurde het nog eens meer dan drie jaren voor Schubert in maart 1824 in staat was een compleet strijkkwartet te voltooien dat zich met de Quartettsatz kan meten, het Strijkkwartet in a-kl.t. (D804), ook wel bekend als het Rosamunde-kwartet. Intussen was hij in de lente van 1823 ziek geworden. Hij had syfilis. In het derde deel van het Rosamunde-kwartet citeert Schubert zijn lied Die Götter Griechenlands uit 1819, met de woorden van Schiller: “Schöne Welt, wo bist du?” De hunkering die hieruit spreekt betreft niet alleen, in 1824, Schuberts persoonlijke gesteldheid, maar ook meer in het algemeen een verlangen van de burgerij naar betere tijden, on der de druk uit van het Metternich-bewind.
Franz Schubert – Quartettsatz in c-kl.t. (D703)
1. Allegro assai
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.13, in a-kl.t. (D804)
1. Allegro ma non troppo, 2. Andante, 3. Minuetto. Allegretto – Trio, 4. Allegro moderato
Franz Schubert – Strijkkwartet in C-gr.t. (D32)
Deel 4: Allegro con spirito
Franz Schubert (1797-1828) werd als zoon van Boheems-Moravische emigranten in een voorstad van Wenen geboren. In 1808, elf jaar oud, werd hij aangenomen als leerling van Antonio Salieri aan het keizerlijk seminarie, het Stadtkonvikt, waar hij theoretisch en praktisch in de muziek werd onderlegd. Kort daarop werd Franz opgenomen in het familiestrijkkwartet; zijn oudere broers Ignaz en Ferdinand speelden viool, zijn vader cello en hijzelf altviool. Toen hij vanaf 1810 begon te componeren, was het strijkkwartet dus een vanzelfsprekende keuze. Tijdens zijn studie op het Konvikt schreef hij een handvol kwartetten, waarvan er twee verloren zijn gegaan. Maar we hebben wel wat schetsen gevonden en enkele losse delen. In 1812 besloot vader Schubert zijn zoon van het Konvikt te halen. Hij moest een opleiding als onderwijzer volgen. Als er iets was, dat de jonge Franz per se niet wilde, was dat wel onderwijzer worden. Zo was het componeren zijn beste vlucht uit de alledaagse realiteit opgelegd door zijn vader.
Franz Schubert – Andante in C-gr.t. (D3)
Uitvoerenden: Diogenes Quartet
CD: Briljant Classics
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.7, in D-gr.t. (D94)
1. Allegro, 2. Andante con moto, 3. Menuetto. Allegro – Trio,
4. Presto
Uitvoerenden: Diogenes Quartet
CD: Briljant Classics
Franz Schubert – Strijkkwartet nr.11, in E-gr.t. (D353)
1. Allegro con fuoco, 2. Andante, 3. Minuetto – Trio, 4. Rondo. Allegro vivace
Uitvoerenden: Diogenes Quartet
CD: Briljant Classics
Franz Schubert – Ouverture in Bes-gr.t. (D470)
Adagio maestoso – Allegro
Uitvoerenden: Diogenes Quartet
CD: Briljant Classics
Franz Schubert – Cantate ter ere van Joseph Spendou (D472)
Deel 3: “Ein Punkt nur ist der Mensch”
Uitvoerenden: Robert Holl, Arnold Schoenberg Chor, Erwin Ortner
Juan Crisostomo de Arriaga (1806-1826) wordt wel beschouwd als de Baskische Mozart. Als amper vijftienjarige student werd hij vanuit Bilbao in Parijs onder de hoede van Cherubini en de befaamde muziektheoreticus Fétis gesteld. Tijdens zijn studie componeerde hij onder meer drie strijkkwartetten en een symfonie. Hij stierf in 1826 door uitputting en een longontsteking, negentien jaar oud. In de Tres cuartetos para dos violines, viola y violonchelo herkennen we een jonge en bevlogen componist die het repertoire van zijn tijd goed bestudeerd moet hebben.
Vergeleken met het korte leven van Arriaga was George Onslow (1784-1853), zoon van Engelse migranten, niet alleen een lang leven beschoren, maar ook een in grote welstand, waardoor hij onbekommerd een oeuvre heeft kunnen opbouwen dat gekenmerkt wordt door een weelde aan kamermuziekwerken. Hij studeerde bij Reicha in Parijs. De Fransen claimen hem graag als ‘hun’ Beethoven, maar zijn muziek is nauwelijks door Beethoven beïnvloed. Onslow was vooral opgevoed met het Franse ‘quatuor concertant’ en met de opera, waarvan de weerslag te horen is in het Kwartet in C-gr.t. (opus 47).
Juan Crisostomo de Arriaga – Strijkkwartet nr.3, in Es-gr.t. (1823)
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
George Onslow – Strijkkwartet in C-gr.t., opus 47 (1832)
Uitvoerenden: Mandelring Quartett
CD: CPO
Juan Crisostomo de Arriaga – Strijkkwartet nr.2, in A-gr.t.
Menuetto. Scherzo (2:59)
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
De voorkeur van Giovanni Battista Viotti (1755-1824) als componist van kamermuziek ging vooral uit naar het genre van de Quatuor concertant, met overwegend elegante en zangerige melodieën. Voor hem zijn strijkkwartetten vooral bestemd voor het aangename verpozen bij de hogere klassen. Het Kwartet in G-gr.t. komt uit een serie van drie, die in 1815 werden gecomponeerd en twee jaar later uitgeven. Luigi Cherubini (1760-1842) was slechts vijf jaar jonger dan Viotti, maar zijn Strijkkwartet in d-kl.t. werd bijna twintig jaar later geschreven, in 1834. Evenals Viotti was hij nog voor de Franse Revolutie in Parijs terechtgekomen. Cherubini schreef zes kwartetten, die pas in 1836 en 1869 gepubliceerd werden. Zijn melodieën hebben een typisch Frans-Italiaanse zangerigheid, zoals ook te verwachten is van een vooraanstaand componist van vocale muziek.
Giovanni Battista Viotti – Strijkkwartet in G-gr.t. (G.114)
1. Larghetto – Allegro commodo, 2. Minuetto commodo, 3. Andantino, 4. Allegretto vivace
Uitvoerenden: Quartetto Aira
CD: Dynamic
Luigi Cherubini – Strijkkwartet in d-kl.t.
1. Allegro comodo, 2. Larghetto sostenuto, 3. Scherzo. Allegro, 4. Finale. Allegro risoluto
Uitvoerenden: Hausmusik London
CD: CPO
Juan Crisostomo de Arriaga – Strijkkwartet nr.1, in d-kl.t.
Menuetto. Allegro (3:16)
Uitvoerenden: Quatuor Sine Nomine
CD: Claves
From the publisher's feed