Dit exclusieve dubbel-interview met schrijver en tv-maker Eli Asser en zijn vrouw Eva Croiset, kortweg: Eef, is de enige keer dat ze zich uitspraken over een gruwelijke ervaring uit de Tweede Wereldoorlog. Ze zijn april 1995 bevraagd door oud-Omroep Gelderland journalist Wiepke Nauta. Eli en Eef waren twee jonge joodse mensen die zich als leerling-verpleger aanmelden bij de Joodse Psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch.
Het Apeldoornsche Bosch was de enige in zijn soort in Nederland. Tot ver in de oorlog geloofde niemand dat de Duitsers psychiatrische patiënten zouden deporteren. Zelfs niet na de eerste razzia op het Jonas Daniel Meijerplein in Amsterdam. Het ging zelfs zo ver dat jonge Joodse mensen uit de Randstad als leerling verpleegkundige solliciteerden omdat ze dachten dat ze daarmee deportatie zouden ontlopen. Het Apeldoornse Bosch werd zelfs de 'Jodenhemel' genoemd.
Tot 19 januari 1943 toen de SS-er Aus der Funten in Apeldoorn zijn opwachting maakte en het complex opeiste. Er zou een herstellingsoord voor Duitse soldaten in komen. Alle patiënten zouden naar het oosten getransporteerd worden. De dag erop kwam de ordedienst van kamp Westerbork om de operatie voor te bereiden. In de nacht van 20 op 21 januari werden ruim elfhonderd patiënten en verplegers letterlijk de trein ingeslagen, matrassen met liggende patiënten werden op elkaar gestapeld. De reis voerde rechtstreeks naar Auschwitz. Een week later was er van de Apeldoornse Joden bijna geen een meer in leven.
Eli en Eef Asser zijn overlevenden en zoeken samen een weg in het naoorlogse Nederland. Hoe in dat leven met successen en voorspoed toch de woede over die oorlogsgruwelen nooit ver weg zijn....