
Sign up to save your podcasts
Or


Bo. Ga! Ga naar de farao toe. Bo wil zeggen: naderbij komen of brengen. Bo. Beth-aleph. Vanuit het huis naar de Eén. Dat is het werkelijke gaan. Uit het huis van ellende naar de Ene. Naar de Vader terug. Want vader, dat is ab. Aleph-Beth.
De parasja loopt van Ex. 10:1-13:16. We richten ons op hoofdstuk 12 en 13.
Opmerkelijk genoeg was vorige jaar januari een enorme sprinkhanenplaag in Afrika actueel, terwijl een wereldwijde virusuitbraak in opkomst was. Een plaag waarin we nog altijd middenin zitten. De negende plaag zijn de zeven dagen dikke duisternis over Egypte. Zij zagen elkaar niet, en drie dagen stond niemand op van zijn plaats. Dat was nog eens een lockdown. Want onwillekeurig maak je een vergelijking met onze dagen. Wat zal onze toekomst brengen?
De weeën van de komende Messia zullen steeds sneller op elkaar volgen. En al te gemakkelijk zitten we bij de pakken neer, zoals de Israëlieten. Ze hoorden niet naar Mozes. Door tekort aan adem. Door de harde dienst. Juist daarom spreek ik in dit Leerhuis over het thema: Er is toekomst!
In het eerste deel gaat over de vastgestelde tijden. Vervolgens gaan we zien dat er toekomst is, omdat er een waakzaam oog over het volk is. Tenslotte letten we op de vragende zonen. Immers, als er zonen zijn, dan is er toekomst. Op die dag moet u uw zoon vertellen: Dit gebeurt om wat de Aanwezige voor mij gedaan heeft, toen ik uit Egypte vertrok.
De eerste komst van Jeshua was een keerpunt in de heilsgeschiedenis. En we naderen opnieuw een keerpunt. Nog enkele profetiën moeten worden vervuld: het samenkomen van Juda en Jozef en de komst van deze Ene Herder. De bekendmaking van de Messias ben Jozef die ook de Messias ben David zal blijken te zijn.
Luister in Parasha Mikets naar de thematische overeenkomsten tussen de broers voor Jozef en de vrouwen voor Salomo.
Psalm 119:49-50 zegt in de Naardense vertaling: Gedenk het woord tot uw dienaar, waarmee ge bij mij verwachting hebt gewekt. Getroost heeft dat mij in mijn ellende. Ja, uw toezegging heeft mij doen herleven.
Gedenken, herinneren, dat is het woord zachar. Onze herinnering is terugdenken aan. Maar zachar is meer dan dat. God herinnert zich Noach en al het levende. En Hij deed de wind over het water gaan, zodat het water tot rust kwam. Zie, dat is het herinneren. Daarom is er ook verwachting. Daarom is er troost, nechamah. Troost in de ellende. In de uitlandigheid. Dat is de plek waar je je niet thuis voelt.
Ja, uw toezegging heeft mij doen herleven. Uw spraak doet mij herleven. Daarin zit het woord leven, chaya. Deze shabbath is parasha Chayee Sara aan de beurt. De levensdagen van Sara worden honderd jaar en twintig jaar en zeven jaren. Dat zijn de jaren van de levensdagen van Sara. Dan sterft Sara.
In dit leerhuis richten we ons op dit ene hoofdstuk. We zullen Genesis 23 in gedeelten doorzoeken. Als thema kies ik: een kostbaar graf. Eerst kijken we naar Sara. Daarna naar Efron. En tenslotte zien we Abraham.
Zegen is een stukje ontvangen van het karakter van God. Zo wordt zegen een reden voor dankbaarheid én een verantwoordelijkheid. De parasja heet Wezot habracha, naar Deut. 33:1. Dit is de zegen. Het werkwoord zegenen is barach. De eerste keer dat we in de Torah dit woord lezen is als de Eeuwige Abram een belofte doet. “En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen!” Zie, daar heb je deze beide kanten van de zegen: uw naam groot maken en een zegen zijn. Een reden om te buigen en een verantwoordelijkheid.
Deze shabbat is de laatste van dit Bijbelse jaar. We sluiten de dagen van Sukkot, het Loofhutten-feest af met de achtste dag, de Shemini Atsèret (de achtste dag van de vergadering). In de Torah lezen we de laatste twee hoofdstukken van het boek Devarim, Deuteronomium. Mozes zegent de stammen van Israël, beklimt de berg Nebo, beziet het beloofde land en sterft naar de mond van de Eeuwige. Zijn dienaar Jehoshua neemt de staf op en zal het volk Kanaän binnenleiden. Nu, nu de reis van Mozes ten einde is, de volle honderd twintig jaar erop zit, nu is het tijd om stil te staan. Om achterom te kijken en om vooruit te kijken.
Het thema is: het verlangen naar de zegen.
De zegen op de zesde dag
De zegen in de zevende dag
De zegen voor de achtste dag
Er zijn grenzen!
Mozes gaat sterven. Hij blijft achter in de woestijn. Nog een keer spreekt hij zijn volk toe. “Daarop gaat Mozes woorden tot heel Israël spreken.” (Deut. 31:1). Dat is het begin van parasha vaJelech – en hij ging. Wat gaat hij doen? Hij gaat woorden spreken tot heel Israël. De voorgaande woorden waren in opdracht van de Eeuwige. Nu begint hij aan zijn laatste woorden.
Waarom? Omdat er grenzen zijn. De grens is bereikt. Van Kanaän. Van zijn leven. Van zijn opdracht. En de Eeuwige had hem gezegd: u zult deze Jordaan niet oversteken. O ja, hij had dat wel graag gewild, maar het mocht niet. Omdat hij al eerder te ver was gegaan. Hij had de Eeuwige niet geheiligd. En dan ga je een grens over.
Het thema voor dit Leerhuis is: Er zijn grenzen. De Prediker zegt het: er is een tijd om geboren te worden en een tijd om te sterven. Een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Nu de grens is bereikt zien we een tijd van afscheid, van bemoediging en van getuigen.
De aarde is onze bestaansgrond. Daarom spreken we ook over onze geboortegrond. Wie niet van de aarde houdt, kan niet wortelen en heeft uiteindelijk geen leven. Die is gedoemd tot een zwervend bestaan.
Wij zien dat in de parasja van deze week: Shelach lecha. Dat betekent Zend voor u. Dat is het woord van de Eeuwige aan zijn dienaar Mozes. Waarom moet Mozes zenden? Om het land Kanaän te verspieden. Het land dat Hij aan de kinderen Israëls zal geven. De profeet Ezechiël zegt in 20:6: Op die dag heb Ik (dwz. de Aanwezige) Mijn hand voor hen opgeheven om hen uit het land Egypte te leiden naar een land dat Ik voor hen uitgezocht had, een land dat overvloeit van melk en honing. Het is een sieraad onder de landen.
De Eeuwige heeft het land al uitgezocht. Waarom moeten zij dan toch gaan verkennen?
Toch zal het aantal Israëlieten zijn als het zand van de zee, dat niet gemeten en niet geteld kan worden. Het boek Numeri begint met de telling van het volk Israël in de woestijn. Iedere stam en iedere Israëliet krijgt een eigen plek rondom de tabernakel. De Haftaralezing en de lezing uit het NT sluiten hierop aan. Aan Abraham belooft God dat Hij een nageslacht zal geven zo talrijk als de sterren aan de hemel en als het zand aan de oever van de zee. Wat betekenen deze uitdrukkingen? En waarom begint de Haftaralezing daarmee? In dit leerhuis onderzoeken we deze uitdrukkingen en krijgen we weer bijzondere inzichten over het eerstgeboorterecht van het volk Israël, hun plaats en opdracht in de wereldgeschiedenis. Het thema is Ontelbare getelden.
Een dag van een goede boodschap! Een reiniging kan alleen vervuld worden voor het aangezicht van de Aanwezige. Maar waarom duurt de periode van reiniging van de moeder twee keer zo lang bij een meisje dan bij een jongen? En waarom vervolgt de Torah met de voorschriften omtrent melaatsheid? De eerste hoofdstukken van deze parasja bevatten weer veel onderwijs. Leer mee in het Leerhuis van Radio Israël.
From the publisher's feed