Bette Dam is een onderzoeksjournaliste die vier jaar heeft gewoond en gewerkt in Afghanistan en al sinds 2006 kwesties ten aanzien van dat Centraal-Aziatische land verslaat. Önder Kaya sprak met Dam over de Turkse vriendschap met Afghanistan, die zeer sterk is vanwege de gedeelde islamitische rechtsschool die de Turken en Afghanen volgen: het hanafisme. Bette Dam bezocht om deze reden in het verleden Turkse troepen in de noordelijk Afghaanse stad Mazar-i-Sharif. De Turken hebben middels de Gülen-charterscholen lange tijd belangrijke invloed gehad in de gedeeltelijk door Oezbeken bevolkte noordelijke gebieden van Afghanistan (‘Gülen-scholen’ naar Fethullah Gülen, de Turkse geestelijke leider die na de couppoging in Turkije in 2016 door de Turkse president Erdogan als staatsvijand zou worden aangemerkt). Turkije heeft in de jaren twintig onder Ataturk zelfs model gestaan voor hervormingen in Afghanistan, nadat Amanullah Khan, de toenmalige koning van Afghanistan, afreisde naar Turkije om de vruchten van de Turkse modernisering en verwestering met eigen ogen te observeren.
Dat de Turkse invloed belangrijk is om de politieke verhoudingen in Afghanistan te begrijpen, realiseerde Dam toen ze ontdekte dat de door de Amerikaanse troepen gezochte Talibanleider mullah Omar geen wahabist was. Het wahabisme is een Saoedische orthodoxe variant van de islam, waartoe ook Al-Qaida-leider Osama bin Laden behoorde, die sterk is geïnspireerd door de puriteinse islamitische rechtsschool hanbalisme (die metaforische interpretaties van de Koran afwijst). Mullah Omar bleek - zo ontdekte Dam - onder invloed te staan van het soefisme, een mystieke, humanistische stroming binnen de islam die middels het universeel soefisme ook Nederlandse aanhangers als de in 2019 overleden oud-minister Johan Witteveen (VVD) kende.