Thema: De genezing van de tien melaatsen, Bijbeltekst: [11]
En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.[12]
En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;[13]
En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer![14]
En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.[15]
En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.[16]
En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;[17]
En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?[18]
En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling?[19]
En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.