Bijbeltekst: [13]
En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester! ontferm U onzer![14]
En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.[15]
En een van hen, ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende.[16]
En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;[17]
En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?