Bijbeltekst: [45]
En als hij gekomen was, ging hij terstond tot Hem, en zeide: Rabbi, en kuste Hem.[46]
En zij sloegen hun handen aan Hem, en grepen Hem.[47]
En een dergenen, die daarbij stonden, het zwaard trekkende, sloeg den dienstknecht des hogepriesters, en hieuw hem zijn oor af.[50]
En zij, Hem verlatende, zijn allen gevloden.[51]
En een zeker jongeling volgde Hem, hebbende een lijnwaad omgedaan over het naakte lijf, en de jongelingen grepen hem.[52]
En hij, het lijnwaad verlatende, is naakt van hen gevloden.