Bijbeltekst: [39]
En die voorbijgingen, lasterden Hem, schuddende hun hoofden,[40]
En zeggende: Gij, Die den tempel afbreekt, en in drie dagen opbouwt, verlos Uzelven. Indien Gij de Zone Gods zijt, zo kom af van het kruis.[41]
En desgelijks ook de overpriesters met de schriftgeleerden, en ouderlingen, en farizeeën, Hem bespottende, zeiden:[42]
Anderen heeft Hij verlost, Hij kan Zichzelven niet verlossen. Indien Hij de Koning Israëls is, dat Hij nu afkome van het kruis, en wij zullen Hem geloven.[43]
Hij heeft op God betrouwd; dat Hij Hem nu verlosse, indien Hij Hem wel wil; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon.[44]
En hetzelfde verweten Hem ook de moordenaars, die met Hem gekruisigd waren.