
Sign up to save your podcasts
Or


Route naar locatie 9
Vanaf het woonhuis van Anne Frank keer je terug naar de hoek Merwedeplein/Waalstraat. Je gaat dan rechtsaf. Voorbij het plantsoen ga je linksaf de Jekerstraat in, die je volgt op het rechter trottoir. In de Jekerstraat woonde in 1943 op nummer 46-2, Ans van Dijk.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'Anne Frank'
Anne Frank, in 1929 geboren te Frankfurt am Main en in maart 1945 gestorven in het concentratiekamp Bergen-Belsen, woonde hier met haar vader Otto, moeder Edith en haar oudere zusje Margot. 12 juni 1942 kreeg ze voor haar dertiende verjaardag een dagboek cadeau. Haar aantekeningen hierin namen al gauw de vorm aan van brieven aan ‘Kitty’. Het dagboek van Anne werd na de oorlog door Otto Frank gepubliceerd.
De familie Frank was van Duits-joodse afkomst. Otto Frank week in 1933, nadat Hitler aan de macht kwam, naar Nederland uit. In Amsterdam trof hij voorbereidingen voor een nieuw bestaan. Vervolgens liet hij zijn gezin overkomen. Anne arriveerde het laatst; ze had een tijd gelogeerd bij haar grootmoeder in Aken.
Na het begin van de Duitse bezetting probeerden de Franks zo veel mogelijk het oude leven voort te zetten. Ze schikten zich naar de anti-Joodse maatregelen, die stapsgewijs werden ingevoerd. Op 20 juni 1942 somde Anne een aantal van die maatregelen op in haar dagboek: ‘Joden moeten een Jodenster dragen. Joden moeten hun fiets afgeven. Joden mogen niet meer in auto’s rijden. Joden mogen alleen van drie tot vijf uur boodschappen doen en alleen in Joodse winkels, waar ‘Joodslokaal’ op staat’. Het breekpunt kwam voor de familie Frank op 5 juli 1942, toen Margot een oproep ontving voor de arbeidsinzet in Duitsland. De volgende dag dook de familie onder in het Achterhuis op de Prinsengracht 263.
Op het Merwedeplein staat sinds 2005 een standbeeld van Anne. In 1994 had kunstenaar Jet Schepp het beeld al gemaakt. Dit beeld is toen echter niet in Amsterdam geplaatst maar in Purmerend. Door een handtekeningenactie van boekhandel Jimmink, gevestigd vlakbij het Merwedeplein, is er een grotere versie van het beeld gemaakt dat op het plein is geplaatst.
Margot werd door Miep Gies naar het onderduikadres gebracht. Ze gingen met de fiets. Een riskante onderneming, want Joden mochten niet meer fietsen. Margot had de ster van haar kleding verwijderd. De overige drie gezinsleden gingen lopend naar de Prinsengracht. Niet met de tram; die was voor Joden verboden. De kleding die ze dachten nodig te hebben trokken ze aan, in lagen over elkaar. Verder namen ze weinig mee. Met koffers zouden ze teveel opvallen. Miep Gies was er bij toen het gezin zich in de schuilplaats installeerde.
Zij kon zich ‘nauwelijks voorstellen wat ze voelden nu ze afstand hadden gedaan van alles wat ze op de wereld bezaten: hun huis, het verzamelde bezit van een mensenleven, Anne’s poes Moortje. Souvenirs van het verleden. En vrienden. (…) Ik liet hen maar gauw alleen’.
Route naar locatie 8
Je blijft de Waalstraat volgen en passeert de Lekstraat met rechts de synagoge. Je steekt vervolgens een brede straat met tramrails over; dit is de Rooseveltlaan, voorheen Zuider Amstellaan. Je vervolgt je weg door de Waalstraat tot je rechts een plantsoen ziet; hier is het Merwedeplein. Je gaat rechtsaf. Op nummer 37 (twee hoog) woonde van 1934 tot 1942, Anne Frank.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'De firma Wetro'
Hier bevond zich een winkel in verduisteringsgordijnen. De bezettingsautoriteiten hadden verordonneerd dat de stad ’s avonds en ’s nachts geheel donker moest zijn. Een verlicht Amsterdam kon gemakkelijk als baken dienen voor geallieerde vliegtuigen. Lopen door het verduisterde Amsterdam was niet ongevaarlijk, er zijn wel mensen in de gracht gevallen en verdronken.
De veilige route werd gemarkeerd met witte strepen op bomen en andere objecten langs de weg. Een groot deel van de bezettingstijd was er overigens een nachtelijk uitgaansverbod van kracht, de ‘spertijd’.
Route naar locatie 7
Aan het eind van de straat sla je rechtsaf. Je bent nu in de Kinderdijkstraat. Aan de zijgevel van de atelierwoningen zie je een plaquette horend bij een ‘vrijheidsboom’, de linde op de hoek.
Je steekt twee keer over. Schuin tegenover de hoek Kinderdijkstraat/Uiterwaardenstraat zie je goed dat de ateliers een glazen pui hebben aan de noordkant, waardoor kunstenaars bij daglicht konden werken zonder hinderlijk rechtstreeks zonlicht. Je vervolgt de wandeling door de Uiterwaardenstraat en loopt langs de huisnummers 200-218 naar de Waalstraat. Hier ga je rechtsaf. Je passeert het adres Waalstraat 91. Hier bevond zich in 1942 de firma Wetro, handel in verduisteringsgordijnen.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'De beeldhouwer Gerrit van der Veen'
Aan de gevel van dit pand is een gedenkplaat aangebracht: ‘Hier woonde en werkte Gerrit Jan van der Veen. Gefusilleerd 10 juni 1944 voor het vaderland’. Van der Veen keerde zich van begin af aan principieel tegen de bezetter; dit bleek al in juli 1940 toen hij weigerde een voor zijn functie bij de luchtbescherming benodigde ‘ariërverklaring’ te tekenen. Hij leidde onder meer de Persoonsbewijzencentrale (PBC), een groep die persoonsbewijzen vervalste.
Het persoonsbewijs, een identiteitskaart die iedere Nederlander verplicht bij zich moest dragen, was in 1941 door de bezetter ingevoerd. Joodse burgers hadden een J in deze identiteitskaart staan. Het systeem van de persoonsbewijzen berustte op de degelijke Nederlandse bevolkingsadministratie. Het kon gesaboteerd worden door die administratie schade toe te brengen. Daarom stak, op 27 maart 1943, een verzetsgroep onder leiding van Willem Arondeus en Van der Veen met springstoffen de brand in het Amsterdamse bevolkingsregister, toen gevestigd naast de ingang van Artis. Bijna alle deelnemers aan deze beroemde aanslag werden gearresteerd. Van der Veen ontkwam. Bij een poging om zijn gevangen kameraden uit het Huis van Bewaring aan de Weteringschans te bevrijden raakte hij zwaar gewond. Zijn arrestatie liet niet lang op zich wachten. Hij was als gevolg van zijn verwondingen verlamd geraakt, maar wilde staande sterven. Overeind gehouden door twee lotgenoten werd hij in de duinen bij Overveen doodgeschoten.
Aan de Plantage Middenlaan, in het plantsoen van de Plantage Westermanlaan, bevindt zich een monument, een liggende bronzen figuur die het kunstenaarsverzet symboliseert. Het monument is voorzien van een dichtregel van Gerrit van der Veen: ‘Wat doe je nu je land wordt getrapt en geknecht…?’
Route naar locatie 6
Je vervolgt je weg door de Hunzestraat. Je steekt de Uiterwaardenstraat over en slaat bij de Zomerdijkstraat, rechtsaf. Het tweede deel van het huizenblok rechts zijn atelierwoningen. Op nummer 22 woonde de beeldhouwer en verzetsman Gerrit van der Veen.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'Miep Gies'
Miep Gies voorzag de familie Frank, toen de Franks ondergedoken zaten in het Achterhuis aan de Prinsengracht, van voedsel en andere benodigdheden. Na de arrestatie van de bewoners van het Achterhuis, op 4 augustus 1944, ontdekte zij het dagboek van Anne en bracht het in veiligheid. Zij komt onder de naam Miep van Santen in het dagboek voor.
In 1933 was Miep in dienst getreden bij een firma die pectine verhandelde, een ingrediënt waarmee huisvrouwen zelf jam konden maken. Dit was de firma van Otto Frank. Met Otto Frank, zijn vrouw Edith en hun dochters Margot en Anne raakte ze al gauw bevriend.
Miep had oorspronkelijk de Oostenrijkse nationaliteit. Ze werd in 1909 geboren in Wenen. Na de Eerste Wereldoorlog kwam ze met een groep andere Weense kinderen naar Nederland om aan te sterken. Ze keerde niet naar Oostenrijk terug, maar groeide op bij een Nederlands pleeggezin. Later leerde ze de Amsterdamse gemeenteambtenaar (maatschappelijk werker) Jan Gies kennen, met wie ze in 1941 trouwde.
Route naar locatie 5
Je gaat de Hunzestraat in. Op nummer 25 woonde in de bezettingstijd Miep Gies.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'Onderduikplaats'
Hier was een onderduikplaats. Een klein kamertje met een hoog raam diende als schuilplek wanneer de politie gevaarlijk dichtbij kwam.
Joden die het verhaal dat het in Duitsland of Polen ‘best mee zou vallen’ niet konden geloven en die nog een mogelijkheid zagen om te ontsnappen, zochten een schuilplaats bij niet-Joodse medeburgers; en soms lukte dat.
Later wilden veel niet-joodse mannen die zich onttrokken aan de Arbeitseinsatz, de gedwongen tewerkstelling in Duitsland, zich ook verbergen. Onderduiken voor de ‘arbeidsinzet’ werd vanaf 1943 een massaal verschijnsel.
Ook verzetsmensen die door de politie werden gezocht kozen een schuiladres om van daaruit hun activiteiten voort te zetten.
Route naar locatie 4
Je loopt door tot de straat rechts, de Hunzestraat. Dicht bij de hoek met de Lekstraat, bevond zich een van de vele adressen in de Rivierenbuurt waar zolders werden gebruikt als onderduikplaats.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'Max Kannewasser'
Hier woonde Max Kannewasser. Met Nol van Wezel vormde hij het populaire zangduo Johnny & Jones. Ze kenden elkaar van hun werk bij de Bijenkorf en door hun gezamenlijke liefhebberij, de jazz muziek. Nol van Wezel woonde ook in de Rivierenbuurt, in de Volkerakstraat; hij zong niet alleen, maar verzorgde met zijn spel op de viersnarige tenor-gitaar ook de begeleiding. Johnny & Jones traden op voor de VARA-radio. Eind 1938 zetten ze hun grootste succes op de plaat, ‘Meneer Dinges weet niet wat swing is’, gezongen met een quasi-Amerikaans accent. Bijna even bekend was hun vlotte uitvoering van ‘Onder moeders paraplu’. Johnny & Jones waren Joden; ze hebben de oorlog niet overleefd.
In de oorlog was er voor Johnny & Jones weinig emplooi in de paar theaters die de bezetter de Joden had toegestaan. Hun genre paste er niet. Door optredens in kleine kring probeerden Johnny & Jones toch met zingen aan de kost te komen. In 1943 werden ze met hun vrouwen naar het kamp Westerbork gedeporteerd. Daar maakten ze nieuwe liedjes: een Westerbork Serenade (‘tussen de barakken / kreeg ik het te pakken’) en een lied over het werk in de vliegtuigsloperij (‘wij slopen met muziek’).
Kamp Westerbork bestond al voor de oorlog. Het was in 1939 gebouwd als interneringskamp voor berooide Joodse vluchtelingen uit Duitsland, Oostenrijk en Polen. In 1942 maakte de bezetter er een doorgangskamp van. Meer dan 100.000 Joden hebben er korte of lange tijd doorgebracht voor ze per trein oostwaarts werden vervoerd, naar vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau en Sobibor.
Artiesten konden nog wel een uitstel van transport uit Westerbork krijgen; in het kamp werden muziekuitvoeringen en cabaretvoorstellingen gegeven. Maar in september 1944, bij de nadering van de geallieerde troepen, moesten ook de artiesten op transport. Nol van Wezel en Max Kannewasser werden naar Theresienstadt en vervolgens naar Auschwitz gevoerd. In Bergen-Belsen tenslotte zijn ze uitgeput en ziek op de straat voor hun bank gestorven, 28 en 26 oud.
Route naar locatie 3
Je gaat rechtsaf. Links zie je de gebogen gevellijn van de Lekstraat. Je passeert Lekstraat 130. Hier woonde Max Kannewasser.
---
Stem: Job Cohen
---
Transcript 'De Hebreeuwse Boek- en Ritualiënhandel van E.H. Onderwijzer'
De Hebreeuwse Boek- en Ritualiënhandel van E.H. Onderwijzer bevond zich van 1939 tot 1942 op dit adres. Na het begin van de deportatie van de Joodse bevolking in 1942 werd de boekhandel een voorlichtingsbureau van de Joodse Raad. De nazi-autoriteiten hadden de Joodse Raad in februari 1941 ingesteld; met zulke raden was in het bezette Polen al ervaring opgedaan. Het was een bestuur van Joodse notabelen. In februari 1941 lieten de nazi-autoriteiten borden met ‘Joodse wijk’, ‘Joodse straat’ en dergelijke rond de Jodenhoek plaatsen, maar men zag er toch van af om alle Joden in die ene wijk samen te brengen. Joden mochten wonen in de Jodenhoek, in de Transvaalbuurt in Oost, in het deel van Zuid rond de Beethovenstraat en in de Rivierenbuurt.
De Joodse Raad werd snel een grote organisatie met veel afdelingen, loketten en bureaus. Het bureau aan de Lekstraat was een van de adressen waar mensen die wisten dat ze zouden ‘vertrekken’ (term van de Joodse Raad) inlichtingen konden vragen. Achterblijvers mochten hun familieleden en vrienden in doorgangskampen – Westerbork en Vught – pakketjes en brieven sturen. De brieven moesten in het Duits geschreven zijn. Ook voor de vertaling van zo’n brief kon men bij het bureau terecht.
De Joodse Raad gaf een blad uit, Het Joodse Weekblad. Het eerste nummer verscheen op 11 april 1941, het laatste op 24 september 1943 – de lezerskring was toen gedecimeerd en het blad telde nog maar twee pagina’s. Aanvankelijk bevatte het blad artikelen over grote Joodse figuren, Joodse cultuur en het pioniersleven in Palestina. Verder aankondigingen van cursussen, tips voor de huisvrouw, aanbiedingen van winkeliers en talloze privé-advertenties (overlijdensberichten, contactadvertenties, enzovoort). Het Joodse Amsterdam van de jaren 1941 en 1942 (tot 1 juli) kende tegen alle verdrukking in een rijk muziek- en amusementsleven; ook dit vond, in aankondigingen en recensies, zijn weerspiegeling in het weekblad. Op de eerste pagina stonden de nieuwste anti-Joodse maatregelen, bevelen en bedreigingen afgedrukt. Deze gingen gepaard met vermaningen van de Joodse Raad: ‘De verkeerde daad van de enkeling kan de hele gemeenschap treffen’.
Route naar locatie 2
Je steekt de Lekstraat over. Op nummer 150, was ooit gevestigd De Hebreeuwse Boek- en Ritualiënhandel van E.H. Onderwijzer.
---
Transcript 'De Synagoge'
Het Verzetsmuseum was tot 1998 gevestigd in deze synagoge in de Lekstraat. Sinds 1999 zit het museum in Gebouw Plancius aan de Plantage Kerklaan, tegenover de ingang van dierentuin Artis. In de collectie van het museum bevindt zich één document dat de geschiedenis van de synagoge direct verbindt met de geschiedenis van de Jodenvervolging. Het is een lijstje van verkoopadressen van de gele Jodenster gedateerd op 29 april 1942. In Zuid kon men daarvoor terecht bij de synagoge. De ster moest uitdrukkelijk zichtbaar op de kleding worden gedragen. Sommige niet-Joden spelden, uit woede over deze vernederende maatregel en uit solidariteit met hun medeburgers, ook een gele ster op. De oude Jodenbuurt werd schertsend Hollywood genoemd - dit grapje was eerder al in Warschau bedacht, toen daar de gele ster werd ingevoerd. De Rivierenbuurt, vertelt Miep Gies in haar boek Herinneringen aan Anne Frank, heette even de Melkweg.
In het Verzetsmuseum is ook een papieren ster te zien met het opschrift ‘Jood en niet-Jood één in strijd!’ Deze papieren ster werd in een oplage van 300.000 strooibiljetjes verspreid door de groep rond het revolutionair-socialistische verzetsblad De Vonk, op 1 mei 1942. Een deel van de oplage liet men van het dak van De Bijenkorf neerdwarrelen op de Dam en het Damrak. De Duitse politie beëindigde deze demonstraties met harde hand. Uitingen van solidariteit en medegevoel met de Joden waren ten strengste verboden. Sinds de jaren twintig waren veel Amsterdamse Joden verhuisd naar Zuid. Lang niet alle nieuwkomers waren trouwe gelovigen. Toch bestond er volgens de Nederlands-Israëlitische gemeente in Zuid behoefte aan een buurtsynagoge van flinke afmetingen; mede door de komst, sinds 1933, van Joodse vluchtelingen uit Duitsland. Vluchtelingen die een deel van hun bezit hadden weten te redden, konden in Zuid gemakkelijk woonruimte vinden. Als gevolg van de grote crisis stonden huizen met relatief hoge huren vaak leeg. Voor het ontwerp van de nieuwe synagoge werd onder Joodse architecten een prijsvraag uitgeschreven. De inzending van de jonge architect Abraham Elzas kreeg de voorkeur; het viel op door strakke, doelmatige vormen. Het was een staaltje van functionalistische ‘nieuwe zakelijkheid’. Liefhebbers van de Amsterdamse School, die gruwden ervan. De synagoge werd op 30 november 1937 ingewijd. Een verslag van de inwijding meldde: ‘Van het nieuwe bedehuis wapperde de Nederlandse driekleur en ook vele omwonenden hadden op deze wijze van hun medeleven met het voor de Joodse gemeente feestelijke gebeuren getuigd’. De synagoge bleef in gebruik tot de laatste Joden werden weggevoerd, in september 1943. Vervolgens diende het gebouw nog als opslagplaats van meubels, afkomstig uit de inboedel van weggehaalde Joden. Na de oorlog gingen overlevenden van de massamoord opnieuw naar de sjoel in de Lekstraat. Veel plaatsen bleven leeg en in de loop der jaren daalde het aantal bezoekers. Rond 1978 begon de Joodse gemeente om te zien naar een nieuwe bestemming voor het gebouw. Gesloopt werd het niet, omdat het bijzonder en zelfs monumentaal is. In 1985 kon het Verzetsmuseum er zijn intrek nemen. Toen het museum in 1999 verhuisde naar Gebouw Plancius nam een veilinghuis intrek in een deel van de synagoge. In het andere deel van het gebouw worden nog altijd sjoeldiensten gehouden. In 2005 is het gebouw, dat een Rijksmonument is, gerestaureerd. Het deel dat wordt gebruikt voor de sjoeldiensten is in oorspronkelijke staat hersteld.
From the publisher's feed

248 Listeners