
Sign up to save your podcasts
Or


Walter Piston en Elliott Carter zijn tegengestelde figuren in de Amerikaanse muziek. De eerste academisch, de tweede avontuurlijk en grensoverschrijdend.
Walter Pistons Derde strijkkwartet dateert uit 1947 en bestaat uit drie relatief beknopte strak opgebouwde klassieke gevormde delen in de tempo-opeenvolging snel-langzaam-snel.
Het Eerste strijkkwartet van Elliott Carter is in 1951 geschreven, in een tijd dat de muziek van Charles Ives werd herondekt. Carter was gefascineerd door de contrasten in Ives’ muziek, de gelaagdheid ervan ook, waarbij elke laag bovendien een eigen tijdsverloop kent en een eigen karakter heeft.
Walter Piston (1894-1976) – Strijkkwartet nr.3 (1947)
Uitvoerenden: Harlem Quartet
CD: Naxos
Elliott Carter (1908-2012) – Strijkkwartet nr.1 (1951)
Uitvoerenden: Juilliard String Quartet
CD: Sony Classical
Van de Amerikaanse componisten behoren Henry Cowell, Roy Harris en William Schumann, samen met Aaron Copland, tot de spreekwoordelijke ‘Amerikanen’. Zij dingen hun eigen weg, vonden een eigen stem en baseerde zich, op Copland na, zijdelings op de Amerikaanse volksmuziek, maar vooral op de sfeer van het uitgestrekte Amerikaanse land en de eigengereidheid van de Amerikanen in het algemeen.
Het Vierde strijkkwartet van Henry Cowell uit 1936 heeft de titel ‘United’ meegekregen. In dit vijfdelige kwartet spelen transetniciteit en de daaraan verbonden ritmische processen met name uit niet westerse muziektradities een belangrijke rol. Daarmee koos Cowell een weg die ook John Cage zou kiezen, met de blik steeds op het oosten gericht. Het Derde strijkkwartet van Roy Harris vervolgt de weg van het Tweede, ditmaal op basis van vier preludes en vier fuga’s. Het Derde strijkkwartet van William Schuman uit 1939 grijpt eveneens terug dezelfde technieken als Harris deed, namelijk fuga’s en variaties. En dat alles met veel fantasie.
Henry Cowell (1897-1965) – Strijkkwartet nr.4 ‘United Quartet’ (1936)
Uitvoerenden: Beaux Arts String Quartet
CD: NorthWest-CRI
Roy Harris (1898-1979) – Strijkkwartet nr.3 ‘Four preludes and fugues’ (1937)
Uitvoerenden: Third Angle New Music Ensemble
CD: eOne Music International Classics
William Schumann (1910-1992) – Strijkkwartet nr.3 (1939)
Uitvoerenden: Juilliard String Quartet
CD: Sony Classical
Tegenover het kamp van de modernisten stond in de Verenigde Staten nadrukkelijk ook een kamp van traditionalisten, met name aan de oostkust. Tot hen behoorde Walter Piston, maar ook Samuel Barber en in mindere mate Roy Harris.
Het driedelige Eerste strijkkwartet van Piston, dat in 1933 werd voltooid, is overwegend zangerig van toon. De harmonische taal is dissonant als die van Bartók, de structuur traditioneel. Het Tweede strijkkwartet van Roy Harris uit hetzelfde jaar is eveneens strak opgezet als ‘Three variations on a theme’, maar tegelijkertijd klinkt deze muziek uitgestrekt golvend als de landbouwgronden in de Midwest.
Barbers enige Strijkkwartet, in b-kl.t. dateert uit 1936. Het tweede deel (Molto adagio) is als zelfstandige compositie wereldberoemd is geworden. Barber componeerde deze partituur in Europa, toen hij na een verblijf in Rome in Oostenrijk op vakantie was. Hij wist van meet af aan dat het langzame deel, zoals hij het noemde, een ‘knock-out’ is. Maar de overige delen vertellen ons meer over het technische vakmanschap van Barber.
Walter Piston (1894-1976) – Strijkkwartet nr.1 (1933)
Uitvoerenden: Harlem Quartet
CD: Naxos
Roy Harris (1898-1979) – Strijkkwartet nr.2 ‘Three variations on a theme’ (1933)
Uitvoerenden: Emerson String Quartet
CD: New World Records
Samuel Barber (1910-1981) – Strijkkwartet nr. 1, opus 11 (1935-36)
Uitvoerenden: Emerson String Quartet
CD: DG
Vandaag twee kwartetten van Henry Cowell naast een hoogst geavanceerd werk van Ruth Crawford Seeger en een merkwaardig ‘ouderwets’ werk van Virgil Thomson. Bij Cowell blijft – evenals bij Ives – de indruk bestaan dat hij bekende muziek met verkeerde noten schreef, wat voor ons luisteraars soms bijzonder ontregelend werkt, maar ook verfrissend tegendraads is.
Het meest bijzondere werk is het Strijkkwartet ‘1931’ van Ruth Crawford Seeger. Niet eerder had een Amerikaanse componist de twaalftoontechnieken van Schönberg en zijn leerlingen zo vér doorgevoerd. Crawford Seeger liep zelfs vooruit op ontwikkelingen die in Europa pas na de Tweede wereldoorlog onderzocht werden. Haar strijkkwartet is een ware meesterproef en fascinerende muziek.
Hoe verschillende is dan de muziek van Virgil Thomson. In zijn Tweede strijkkwartet uit 1931 durfde hij ongegeneerd terug te keren naar een soort aangename salonmuziek zoals toentertijd in de concertzaal niet gebruikelijk was. Een beetje als een Amerikaan die de kunst afkijkt van componisten als Haydn en Mozart , maar dan wel met de eigengereidheid van een naïeve Amerikaan.
Henry Cowell (1897-1965) – Strijkkwartet nr.2 (“Movement”) (1928)
Uitvoerenden: Colorado String Quartet
CD: Mode Records
Ruth Crawford Seeger (1901-1953) – Strijkkwartet ‘1931’
Uitvoerenden: Pellegrini Quartet
CD: CPO
Virgil Thomson (1896-1989) – Strijkkwartet nr.2 (1931 rev. 1957)
Uitvoerenden: Kohon Quartet
CD: Vox Box
Henry Cowell (1897-1965) – Strijkkwartet nr.3 ‘Mosaic Quartet’ (1935)
Uitvoerenden: Colorado String Quartet
CD: Mode Records
Vandaag nemen we de draad weer op in de Verenigde Staten. Verschillende jonge Amerikaanse componisten gingen daar als ontdekkingsreizigers te werk. Daarnaast waren er echter ook in de kwartetcultuur traditionalisten. Zo werkten in de jaren twintig experimentele geesten als Charles Ives (1874-1954) en Henry Cowell (1897-1965) gelijktijdig met romantici als Charles Loeffler en Amy Beach.
De twee kwartetten van Charles Ives zijn zonder meer baanbrekend. Het Eerste kwartet (1897-1909) met de subtitel ‘From the Salvation Army’ is samengesteld uit bewerkingen van orgelhymnes uit zijn studietijd. De muziek is evenzeer bevestigend als ontregelend. In het korte losse Scherzo ‘Hold your own’ worden zelfs tal van losse deuntjes door elkaar gehusseld. Ook in het Tweede strijkkwartet wordt van alles door elkaar gegooid, of zoals Ives zelf aangaf: “S[trijk]k[wartet] voor 4 mannen – die met elkaar converseren, discussiëren, argumenteren (dus: Politiek), vechten, elkaar de hand schudden, hun mond houden, dan naar de bergwand wandelen om het firmament te aanschouwen”. Cowells eerste kwartet sluit hier goed bij aan.
Charles Ives (1874-1954) – Strijkkwartet nr.1 (1897-1909) ‘From the Salvation Army’
Uitvoerenden: Emerson String Quartet
CD: DG
Charles Ives (1874-1954) – Scherzo ‘Holding your own’ (1904)
Uitvoerenden: Emerson String Quartet
CD: DG
Charles Ives (1874-1954) – Strijkkwartet nr.2 (1913-15) [op.58]
Uitvoerenden: Emerson String Quartet
CD: DG
Henry Cowell (1897-1965) – Strijkkwartet nr.1 ‘Pedantic’ (1916)
Uitvoerenden: Colorado String Quartet
CD: Mode Records
In deze laatste aflevering van de Britse kwartetmuziek in het midden van de vorige eeuw staan drie derde strijkkwartetten op het programma, met in het hart het magistrale Derde strijkkwartet van Britten, dat omlijst wordt door de muziek van Edmund Rubbra en Lennox Berkeley.
Het Derde strijkkwartet van Rubbra is uitermate vocaal van opzet, zoals de componist zelf aangaf: “Song, lyrical song is indeed the motivating force of the work”. En hij citeerde daarbij Thomas van Aquino: “Een lied is de verrukking van de geest die stilstaat bij eeuwige dingen, en uitbarst in de stem.” Het Derde strijkkwartet, opus 94, van Benjamin Britten is de kroon op zijn kamermuziekoeuvre. De inspiratiebron voor dit werk is zijn laatste opera, Death in Venice. Bijzonder is de manier waarop Britten de luisteraar aan het lijntje houdt door een goed herkenbaar gegeven steeds een klein beetje te variëren. Al luisterend wil je steeds weer weten hoe het verder gaat, waar deze zo betoverende muziek toe leidt. Ter aanvulling een deel uit het Derde strijkkwartet uit 1970 van Lennox Berkeley.
Edmund Rubbra (1901-1986) – Strijkkkwartet nr.3 (1963)
Uitvoerenden: Maggini Quartet
CD: Naxos
Benjamin Britten (1913-1976) – Strijkkwartet nr.3, opus 94 (1975)
Uitvoerenden: Brodsky Quartet
CD: Challenge Records
Lennox Berkeley (1903-1989) – Strijkkwartet nr.3, opus 76 (1970)
Uitvoerenden: Maggini Quartet
CD: Naxos
Vandaag naast elkaar een omvangrijk meesterwerk in de Britse kwartetkunst, het Vijfde strijkkwartet van Robert Simpson, en het bondige Achtste strijkkwartet van Elisabeth Maconchy.
Met zijn Vijfde strijkkwartet heeft Simpson zonder meer zijn naam als belangrijk componist in dit genre gevestigd. Zijn grote voorbeeld is hier Beethoven en dan vooral diens Rasumowski Kwartetten. De manier waarop het lijnenspel, het contrapunt en de breed uitgesponnen structuren zijn opgezet doen stuk voor stuk aan Beethoven denken, maar de melodieën zelf en de samenklanken zijn door en door eigentijds, zoals we ook eerder al bij Bartók waren tegengekomen. Dat brengt ons bij Maconchy, die juist Bartóks kwartetten als inspiratiebron heeft gebruikt.
Robert Simpson (1921-1997) – Strijkkwartet nr.5 (1974)
Uitvoerenden: Delmé String Quartet
CD: Hyperion
Elizabeth Maconchy (1907-1994) – Strijkkwartet nr.8 (1967)
Uitvoerenden: Bingham String Quartet
CD: Treasure Island
Simpson, Fricker en Rawsthorne zijn dan wel niet de bekendste van de Britse componisten, maar hun muziek is een ontdekkingsreis waard, zeker de strijkkwartetten van vandaag, het eendelige Tweede strijkkwartet uit 1953 van Robert Simpson, het Tweede strijkkwartet uit eveneens 1953 van Peter Fricker en het Tweede strijkkwartet van een jaar later, 1954, van Alan Rawsthorne.
Elk van deze kwartetten is – kenmerkend voor veel Britse muziek – vooral zangerig en expressief. Die van Simpson en Rawsthorne zijn bovendien opvallend beknopt. Simpson verkoos de traditie vanuit de negentiende eeuw in structurele zin voort te zetten, maar zijn muziek klinkt bepaald niet ouderwets, hooguit herkenbaar. Volgens een recensent in de Musical Times is Frickers Tweede kwartet even origineel als opvallend. “Dit is een componist die niet hoeft of wil componeren “als” iemand anders. Hij is technisch vaardig, heeft veel te zeggen, en een inherente overtuiging van zijn ideeën die hem in staat stelt ze tegelijk doeltreffend en in zeer individuele bewoordingen voor te stellen.” Rawsthornes muziek in zijn Tweede kwartet is tegelijk harmonisch modern – hij was duidelijk gecharmeerd van Hindemith – en Brits melodieus en welluidend.
Robert Simpson (1921-1997) – Strijkkwartet nr.2 (1953)
In one movement
Uitvoerenden: Delmé String Quartet
CD: Hyperion
Peter Racine Fricker (1920-1990) – Strijkkwartet nr.2, opus 20 (1953)
Uitvoerenden: Villiers Quartet
CD: Naxos
Alan Rawsthorne (1905-1971) – Strijkkwartet nr.2 (1954)
Uitvoerenden: Maggini Quartet
CD: Naxos
De grote onbekende in dit programma is de (evenals Priaulx Rainier) uit Zuid-Afrika afkomstige componist John Joubert.
Het Derde strijkkwartet van Michael Tippett werd direct na de oorlog voltooid. En ditmaal zijn opnieuw Beethoven en nu ook Bartók de voornaamste bronnen, hoewel, zoals in alle werken van Tippett, strikt verholen, overgeschilderd. Alsof het werk van deze grote meesters niet meer is dan het canvas voor zijn eigen, zo originele muziek.
John Joubert was een hele generatie jonger dan Tippett en kwam evenals Priaulx Rainier uit Zuid-Afrika. Zijn Eerste strijkkwartet, in As-gr.t., opus 1 ontstond direct na zijn afstuderen en is veel verschuldigd aan het kwartet van Walton. Het is zangerige muziek met in het hart van het kwartet een hoogst persoonlijk Lento.
Michael Tippett (1905-1998) – Derde Strijkkwartet (1946)
Uitvoerenden: Heath Quartet
CD: Wigmore Hall Live
John Joubert (1927-2019) – Strijkkwartet nr.1, in As-gr.t. (1950)
Uitvoerenden: Brodsky Quartet
CD: SOMM Recordings
From the publisher's feed