De huidige ontwikkelingshulp dient vooral onze eigen belangen
Zo’n 150 miljard $ gaat wereldwijd jaarlijks naar ontwikkelingshulp; 10% daarvan is voor noodhulp. De grootste westerse donoren zijn de USA, het Verenigd Koninkrijk, de EU en Duitsland. Het meeste geld is afkomstig uit de schatkist van de donerende landen. Hulporganisaties zijn voor circa 85% afhankelijk van deze geldbron; het tientje dat burgers doneren is slechts een fractie. Draagvlak voor ontwikkelingshulp wordt steevast gecreëerd door het tonen van zielige kindertjes en overbevolkte tentenkampen. Terwijl naar schatting slechts 0,003% van de Afrikanen in mensonterende omstandigheden verkeert. Dat is echter niet het beeld dat de betrokken burger voorgeschoteld krijgt.
Door hun financiële afhankelijkheid dienen hulporganisaties vooral de belangen van de donorlanden. In de koude oorlog was dat de strijd tegen het communisme, later werd dat de strijd tegen terrorisme en nu gaat het veelal om het indammen van migratiestromen. Dat hulpverleners een eigen leven hebben en zich na een achturige werkdag ontspannen in clubs, op het strand of in de lokale kroeg, willen we liever niet weten. Ook nieuws over het hulp die plots wordt beëindigd omdat de focus van een donorland zich heeft verlegd, wordt niet door journalisten opgepakt.
Is stoppen met hulp dan een optie? Volgens Polman niet, want hulp is vastgelegd in internationale verdragen. Wat wel kan en ook moet, is zelfreflectie en bewustwording omtrent de westerse belangen die met hulp gepaard gaat. Dat geldt zowel voor beleidsmakers, hulpverleners, journalisten en burgers in donorlanden.
Arjan Erkel is cultureel antropoloog en oud-medewerker van de internationale hulpverleningsorganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG). Hij werd bekend doordat hij in de zomer van 2002 werd ontvoerd in Dagestan. Erkel werd na 607 dagen gevangenschap vrijgelaten, door tussenkomst van een vereniging van KGB-veteranen. Tegenwoordig is hij ondernemer en geeft hij veel lezingen en workshops over verbinding en vrijheid van denken en doen.
Linda Polman is schrijfster en onderzoeksjournalist. In 2008 publiceerde zij het nog immer actuele boek De Crisiskaravaan, over de noodhulpindustrie en de humanitaire interventies in conflictlanden zoals Afghanistan, Sudan, Liberia en Congo. Het boek werd in tien talen vertaald en speelt een prominente rol in het verhitte internationale debat over zin en onzin van westerse hulporganisaties.