
Sign up to save your podcasts
Or


In Nederland is momenteel sprake van een opportunistische screening op prostaatkanker. Dat doet meer kwaad dan goed, stelt prof. dr. Monique Roobol, hoogleraar Besliskunde in de urologie aan het Erasmus MC te Rotterdam. “Er zijn te veel doorverwijzingen en er is te veel onnodig ingrijpen in de tweede lijn.”
Internist-hematoloog prof. dr. Sonja Zweegman (Amsterdam UMC, locatie VUmc) bespreekt het belangrijkste nieuws op het gebied van multipel myleloom dat gepresenteerd werd tijdens EHA 2019. Met onder andere aandacht voor smouldering myeloom: moet je bepaalde mensen eerder behandelen, en wat is dan de beste behandeling? Ook gaat ze in op de rol van stamceltransplantatie in de eerstelijnsbehandeling van patiënten met multipel myeloom, en de toegevoegde waarde van daratumumab daarbij. Bij de behandeling van patiënten met recidief MM was er ondermeer nieuws over subcutaan daratumumab en veelbelovende resultaten met isatuximab. Een aantal studies evalueerde de effectiviteit van nieuwe middelen in de latere lijn, waaronder iberdomide, melflufen en selinexor.Tot slot bespreekt Zweegman de BELLINI-studie met venetoclax bij recidief of refractair MM.
Op basis van de resultaten van de interimanalyse van de ADMIRAL-studie naar gilteritinib versus salvage chemotherapie werd de FLT3-remmer al goedgekeurd voor de behandeling van patiënten met recidief of refractaire acute myeloïde leukemie met een FLT3-mutatie. Prof. dr. Alexander Perl (Philadelphia, Verenigde Staten) presenteerde tijdens het EHA 2019-congres de finale resultaten van de ADMIRAL-studie. Patiënten die behandeld werden met gilteritinib hadden een significant betere algehele overleving (9,3 maanden) dan patiënten die behandeld werden met salvage chemotherapie (5,6 maanden). Ook de responspercentages waren hoger met gilteritinib, waarmee dit middel mogelijk een nieuwe standaardbehandeling vormt voor deze patiëntengroep, concludeerde Perl.
Drs. Hidde Posthuma (Amsterdam UMC, Amsterdam) presenteerde tijdens de EHA 2019 de gegevens van een Nederlands bevolkingsonderzoek naar trends in de behandeling en overleving van nodulair, lymfocytenrijk hodgkinlymfoom (NLPHL)-patiënten. In de periode 1993-2016 bleek de incidentie van NLPHL toegenomen van 1,0 naar 2,2 per 1.000.000 manjaren. Wat betreft primaire therapie waren er geen noemenswaardige trends. De overleving van patiënten met NLPHL bleek grotendeels vergelijkbaar met de overleving van de algemene bevolking: de introductie van rituximab leek de overleving niet te verbeteren. Verder prospectief onderzoek is nodig om evidence-based aanbevelingen te kunnen doen wat betreft de behandeling, aldus Posthuma.
Dr. Elly Lugtenburg (Erasmus MC, Rotterdam) presenteerde de gegevens van de tweede randomisatie van de HOVON-NORDIC fase 3-studie, waarin onderzocht is of een onderhoudsbehandeling met rituximab de uitkomsten van patiënten met diffuus grootcellig B-cellymfoom (DLBCL) kan verbeteren ten opzichte van observatie. Patiënten die een complete remissie hadden bereikt na R-CHOP werden gerandomiseerd naar een onderhoudsbehandeling met rituximab gedurende twee jaar of observatie. De ziektevrije overleving na vijf jaar was 79% voor onderhoud met rituximab en 74% voor observatie, een niet-significant verschil. Ook het verschil in algehele overleving was niet significant tussen beide groepen.
Prof. dr. Steven Le Gouill (Nantes, Frankrijk) presenteerde tijdens het EHA 2019-congres de resultaten van de LYMA-101-studie, een prospectieve en open fase 2-studie naar de werkzaamheid van obinutuzumab bij jonge, onbehandelde mantelcellymfoom (MCL)-patiënten. Hoewel een behandelregime met rituximab (R-DHAP) gevolgd door autologe stamceltransplantatie als standaard wordt beschouwd, is obinutuzumab ontwikkeld om de antilichaamafhankelijke, celgemedieerde cytotoxiciteit te verbeteren ten opzichte van rituximab. In-vivogegevens met obinutuzumab bij naïeve MCL-patiënten ontbraken echter nog. Le Gouill liet zien dat bijna 85% van de patiënten minimale restziekte (MRD)-negativiteit behaalde na inductie met een behandelregime met obinutuzumab (O-DHAP). Zowel de progressievrije als de algehele overleving na één jaar was veelbelovend, volgens Le Gouill.
From the publisher's feed

316 Listeners

115 Listeners

68 Listeners

59 Listeners

120 Listeners

246 Listeners