
Sign up to save your podcasts
Or


Prof. dr. Egbert Smit, hoogleraar longziekten verbonden aan het Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam, vat de belangrijkste presentaties tijdens de ASCO 2019 samen op het gebied van longkanker. Hierbij bespreekt hij onder andere studies naar het gebruik van neoadjuvante immunotherapie en studies die gelijktijdig de VGEF- en EGFR-pathway blokkeren. Ook wijst hij op enkele nieuwe moleculaire doelwitten voor de behandeling van longkanker.
Prof. dr. Anne-Marie Dingemans, longarts en hoogleraar longziekten aan Maastricht UMC+, presenteerde tijdens ASCO 2019 de opzet van de NVALT-22-studie. Dit is een prospectieve fase 3-studie die bij KRAS-gemuteerde, chemotherapienaïeve patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom de effectiviteit zal vergelijken van chemotherapie met cisplatine plus pemetrexed versus chemotherapie met carboplatin, paclitaxel plus bevacizumab. De studie borduurt voort op de retrospectieve bevinding dat chemotherapie met carboplatin, paclitaxel plus bevacizumab bij patiënten met een KRAS-mutatie leidt tot een betere overleving dan andere vormen van chemotherapie. De studie loopt inmiddels in 25 ziekenhuizen in Nederland en heeft 170 van de beoogde 240 patiënten geïncludeerd.
Prof. dr. Martin Reck, hoofd van de afdeling Thoracic Oncology bij de Lung Clinic Grosshansdorf in Duitsland, geeft commentaar bij de RELAY-studie, waarvan prof. dr. Kazuhiko Nakagawa tijdens ASCO 2019 de resultaten presenteerde. Deze studie evalueerde de effectiviteit en veiligheid van dubbele blokkade van de EGFR- en VEGFR-pathways in de eerste lijn bij patiënten met EGFR-gemuteerd, gemetastaseerd niet-kleincellig longcarcinoom (mNSCLC). Combinatie van ramucirumab met erlotinib resulteerde in een significante verbetering van de progressievrije overleving (HR 0,59). De toxiciteit kwam overeen met die van de individuele middelen. Nagakawa concludeerde dat deze combinatie een nieuwe behandeloptie vormt voor de eerstelijnsbehandeling van patiënten met EGFR-gemuteerd mNSCLC.
Dr. Agnes Jager, internist-oncoloog in het Erasmus MC, Rotterdam, kijkt terug op de belangrijkste nieuwtjes van de ASCO 2019 op het gebied van borstkanker. Zij gaat onder andere in op de meest recente gegevens over de duur van adjuvante behandeling met tamoxifen en de mogelijkheden tot patiëntenselectie daarbij. Ook aan bod komen de laatste inzichten ten aanzien van de CDK4/6-remmers bij hormoon-positieve tumoren, carboplatin en HDR bij TNBC en de mogelijkheden tot de-escalatie van de neoadjuvante behandeling van HER2-positieve tumoren.
Arts-onderzoeker drs. Tessa Steenbruggen (Antoni van Leeuwenhoek, Amsterdam) presenteerde tijdens ASCO 2019 de uitkomsten van een Nederlandse retrospectieve studie naar de uitkomst van patiënten met kleine, kliernegatieve, triple-negatieve borsttumoren (pT1a-cN0M0) en vergeleek de uitkomst van patiënten die adjuvante chemotherapie kregen en patiënten die geen adjuvante chemotherapie kregen. De studie komt voort uit tegenstrijdige en niet concrete aanbevelingen in de diverse internationale richtlijnen ten aanzien van adjuvante chemotherapie bij deze patiëntengroep. De studie werd uitgevoerd op basis van de overlevingscijfers van 4.366 patiënten, voor het merendeel patiënten met een graad 3, pT1c-tumor. De analyse laat zien dat adjuvante chemotherapie bij patiënten met kleine, kliernegatieve, triple-negatieve borsttumoren geassocieerd is met een langere borstkankerspecifieke overleving en een langere algehele overleving. De assicatie was het sterkst bij patiënten met een graad 3-tumor, groter dan 1 cm. Geen meerwaarde of mogelijk zelfs een ongunstig effect werd gezien bij patiënten met een graad 1-2 tumor, kleiner of gelijk aan 1 cm. Klik hier voor de poster.
Prof. dr. Miriam Koopman, hoogleraar Medische oncologie aan het UMC Utrecht, becommentarieert de belangrijkste presentaties en discussies tijdens de ASCO 2019 op het gebied van colorectaalcarcinoom. Hierbij gaat zij onder andere in op nieuwe gegevens over de optimale duur van adjuvante chemotherapie bij stadium II-patiënten. Ook bespreekt zij het belang van de nieuwste data over neoadjuvante therapie en de keuzemogelijkheden voor onderhoudsbehandeling bij gemetastaseerde ziekte.
Drs. Lotte Keikes, internist in opleiding in het Amsterdam UMC, locatie AMC, presenteerde tijdens ASCO 2019 de uitkomsten van een onderzoek naar praktijkvariatie in Nederlands ten aanzien van de systemische behandeling van gemetastaseerd colorectaalcarcinoom. Op basis van gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie vergeleek zij de behandeling van bijna 2.000 patiënten in twintig verschillende Nederlandse ziekenhuizen. Hieruit blijkt dat er aanzienlijke verschillen bestaan wat betreft het krijgen van een behandeling met bevacizumab en met anti-EGFR-medicatie. Een hogere leeftijd en meer comorbiditeit lijken aanleiding om niet in aanmerking te komen voor een behandeling met bevacizumab, dan wel anti-EGFR-medicatie. De gevonden praktijkvariatie kan niet verklaard worden op basis van aanbeveling in de huidige richtlijn voor de behandeling van patiënten met gemetastaseerd colorectaalcarcinoom. Klik hier voor de poster.
Dr. Corina van den Hurk, onderzoeker bij het IKNL, presenteerde tijdens ASCO 2019 de uitkomsten van een analyse van het landelijk register ten aanzien van hoofdhuidkoeling bij chemotherapie. Dit register verzamelt sinds 2006 de gegevens van patiënten die in Nederland hoofdhuidkoeling hebben ondergaan. Op basis van de gegevens van ruim 7.000 patiënten uit 68 ziekenhuizen concluderen Van den Hurk en collega’s dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen ziekenhuizen, zowel wat betreft de uitvoering van de hoofdhuidkoeling als de effectiviteit ervan. Klik hier voor de poster.
Frederique van der Scheun, student, UMC Utrecht presenteerde tijdens ASCO 2019 de resultaten van haar onderzoek naar de real-life uitkomsten van de tweedelijnsbehandeling van patiënten met ovariumcarcinoom met BCARGEM (bevacizumab, carboplatine, gemcitabine). Deze behandeling is in diverse richtlijnen opgenomen op basis van de uitkomsten van de OCEANS-studie (2012). Deze liet een significante verbetering zien van de progressievrije overleving (12,4 maanden). Op basis van gegevens van 47 patiënten die (buiten studieverband) in het UMC Utrecht met BCARGEM zijn behandeld berekent Van der Scheun een gemiddelde progressievrije overleving van 11,7 maanden. Klik hier voor de poster
Drs. Stephanie Blankenstein, arts-onderzoeker bij het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, presenteerde tijdens ASCO 2019 de (voorlopige) uitkomsten van de REDUCTOR-studie. Deze studie onderzoekt de mogelijkheid om door middel van een korte neoadjuvante behandeling in de vorm van BRAF/MEK-remming patiënten met niet-resectabel, BRAF-gemuteerd, lokaal gevorderd melanoom (stadium III of oligometastasen) toch in aanmerking te laten komen voor radicale chirurgie. Inmiddels zijn eenentwintig van de beoogde 25 patiënten in de studie geïncludeerd. Van deze patiënten kwam 80% na de neoadjuvante therapie alsnog in aanmerking voor radicale chirurgie. Klik hier voor de poster.
Dr. Lotje Zuur, hoofd-halschirurg in het Antoni van Leeuwenhoek in Amsterdam, presenteerde tijdens ASCO 2019 de resultaten van de IMCISION-studie. Deze fase 1b/2-studie onderzoekt de haalbaarheid van neoadjuvante therapie met nivolumab of nivolumab/ipilimumab bij patiënten met operabel, vergevorderd hoofd-halsplaveiselcelcarcinoom (HNSCC). Hiertoe zijn ten behoeve van de 1b-fase van de studie twaalf patiënten neoadjuvant behandeld met nivolumab of nivolumab plus ipilimumab. Bij alle patiënten kon de chirurgie doorgaan zoals vooraf gepland (25-33 dagen na start van de neoadjuvante behandeling). De neoadjuvante toediening van deze checkpointremmers blijkt veilig te zijn, waarbij de combinatietherapie (nivolumab plus ipilimumab) lijkt te leiden tot een diepe pathologische respons in de helft van de patiënten. De effectiviteit van de neoadjuvante immunotherapie wordt verder onderzoek in de het fase 2 gedeelte van deze studie, waarin nogsteeds patiënten geincludeerd kunnen worden.
Prof. dr. Michel Zwaan, kinderoncoloog in het Prinses Máxima Centrum voor kinderoncologie te Utrecht, licht in deze video de problemen bij de behandeling van kinderen met acute myeloïde leukemie (AML) toe en op welke manieren wordt geprobeerd de behandeling en uitkomsten te verbeteren. Drie studies, die tijdens ASCO 2019 zijn gepresenteerd, worden besproken en door hem van commentaar voorzien.
Drs. Tom van den Ende, arts-onderzoeker in het Amsterdam UMC, locatie AMC, presenteerde tijdens ASCO 2019 de uitkomsten van de PERFECT-studie. Deze fase 2-studie onderzoekt de effectiviteit van neoadjuvante chemoradiotherapie gecombineerd met de checkpointremmer atezolizumab bij patiënten met operabel oesofagusadenoom. De PERFECT-studie borduurt voort op de CROSS-studie die de meerwaarde van neoadjuvante chemoradiotherapie aantoonde voor deze patiënten. In deze haalbaarheidsstudie zijn 39 patiënten geïncludeerd van wie 31 de neoadjuvante behandeling reeds hebben afgerond. De studie laat zien dat neoadjuvante chemoradiotherapie gecombineerd met atezolizumab uitvoerbaar is wat betreft toxiciteit. De (voorlopige) resultaten wijzen op een hoger percentage patiënten met een pathologische complete respons na de neoadjuvante behandeling dan in de CROSS-studie.
Drs. Iris Miedema, arts-onderzoeker in het Amsterdam UMC, locatie VUmc, presenteerde tijdens ASCO 2019 de resultaten van beeldvorming van de toediening van docetaxel-bevattende nanopartikels. De gedachte achter deze toedieningsvorm is dat docetaxel dat is ingesloten in deze nanopartikes (CPC364 geheten) minder toxisch is en ook minder snel het lichaam verlaat en daardoor beter in de tumor kan accumuleren. Om de verdeling van de docetaxelbevattende nanopartikels in het lichaam te bestuderen, labelden Miedema en collega’s de nanopartikel met zirconium-89 waardoor de positie van de partikels met behulp van PET/CT gevolgd kan worden. Een studie met vijf oncologische patiënten laat zien dat de CPC364-partikels in hoge concentraties in de tumor ophopen. Klik hier voor de poster.
Drs. Florence Atrafi, arts-onderzoeker aan het Erasmus MC te Rotterdam, presenteerde tijdens ASCO 2019 de resultaten van een studie die het gebruik van docetaxelbevattende nanopartikels vergelijkt met het gebruik van ‘klassieke’ docetaxel. Doel van de docetaxel in nanopartikels is een hogere therapeutische concentratie van docetaxel te bereiken in de tumor bij gelijkblijvende of liefst minder toxiciteit. De studie wijst uit dat het gebruik van docetaxel-bevattende nanopartikel (CPC364) leidt tot een langer blootstelling aan docetaxel en daardoor een hogere intra-tumorconcentratie van docetaxel. Klik hier voor de poster over de Napoly-studie en klik hier voor de poster over de CRITAX-studie.
From the publisher's feed

316 Listeners

115 Listeners

68 Listeners

59 Listeners

120 Listeners

246 Listeners