Man-zijn en vrouw-zijn. Er is veel om te doen in onze cultuur. Je hoorde het in de fragmenten zojuist. Aan de ene kant klinken luide stemmen die zeggen dat er geen verschil moet zijn tussen mannen en vrouwen. Dat het verschil verwaarloosbaar is en dat dát vrijheid is. Het komt tot uitdrukking in de term genderneutraal. En er klinken stemmen die zeggen dat mannen maar een tijdje hun mond moeten houden, omdat zij de bron van alle ellende in de wereld zijn.
Aan de andere kant komt er een niet te onderschatten tegenbeweging op onder mannen en vrouwen, geïnspireerd door online influencers. In extreme vorm uit dit zich in wat de manosphere en het trad wife-ideaal wordt genoemd. Zij zeggen: man, wees krachtig. Wees geen mietje, wees de baas over vrouwen. En tegen vrouwen: jouw domein is het huis. Zorg voor je gezin, dien je man.
Maar al die stemmen samen maken het er niet eenvoudiger op. Want tegelijk dreigen we als christenen iets uit het oog te verliezen. Namelijk een origineel en eigen idee over wat het betekent om man of vrouw te zijn. De bewegingen die we nu zien hebben hun wortels ergens in christelijk denken, of claimen dat tenminste. Ze grijpen terug op Bijbelse taal over rollen en roeping, over mannelijkheid en vrouwelijkheid. Of juist op gelijkheid, waarbij genderrollen ondergeschikt zijn.
Maar de vraag is: doen ze de Bijbel daarmee recht? Want bij zowel het wegvagen van elk verschil als het reduceren van man of vrouw tot een karikatuur van kracht of dienstbaarheid, wordt iets wezenlijks gemist. Iets van wat de Bijbel zegt over wie wij zijn als man en vrouw, geschapen naar Gods beeld, en hoe we vanuit die identiteit het beste tot ons recht komen.