
Sign up to save your podcasts
Or


In deze ontdekkende en tegelijk hartverwarmende lezing staat ds. Corjan Rijsdijk stil bij een vraag die velen diep raakt: ‘Mag ik aan Uw tafel?’ Misschien stel je die vraag hardop, of draag je haar al langer stil met je mee. Want rondom het avondmaal kunnen allerlei drempels opdoemen. Twijfels over jezelf, over je geloof, over wat anderen zullen denken. ‘De vraag van: ben ik goed genoeg? Of misschien ook wel, moet je niet eerst een standvastige gelovige zijn voordat je aan mag?’
Rijsdijk neemt je mee in die worstelingen: de verlegenheid, de angst voor het oordeel, de druk van mensen om je heen, of het idee dat je eerst een bijzondere roeping moet ontvangen. Maar te midden van al die stemmen klinkt het heldere evangelie: ‘Het avondmaal is ingesteld voor de geheiligden in Christus. Voor wie weten: ik heb Jezus nodig.’ En: ‘De Heere Jezus bediende het avondmaal aan Zijn discipelen, de gelovigen.’ Voor wie het avondmaal bedoeld is, hoeft geen vraag te zijn: voor ieder die op Hem vertrouwt.
Een kernpunt uit 1 Korinthe 11 waar dominee Rijsdijk tijdens de toerustingsavond dieper op ingaat, is het liefdesbevel van Jezus: ‘Doe dat tot Mijn gedachtenis.’ Hij benadrukt met liefde en klem: ‘Als Hij zegt: doe dat, dan doe je dat. Daar is geen discussie over mogelijk.’ Het is geen vrijblijvende keuze. ‘In plaats van dat je een briefje uit de hemel nodig hebt om te komen, heb je er één nodig om níét te komen, als je Zijn volgeling bent.’
Voor wie worstelt met de vraag of je wel waardig bent om aan te gaan, klinkt de bemoediging: ‘Al was je de meest onwaardige christen van Nederland, als Jezus zegt: ‘Doe dat’, dan verklaart Hij je waardig.’ Niet jij bent genoeg, maar Híj is genoeg. En wie twijfelt aan zichzelf wordt opgewekt om op het kruis van Christus te zien: ‘Dat was goed genoeg. Helemaal volbracht.’
In het tweede deel van de lezing gaat Rijsdijk dieper in op hoe Paulus de misstanden in Korinthe aankaart. Wat ging daar mis, en wat is nu juist wél de bedoeling van het avondmaal? Daar vinden we ook het antwoord op wat het betekent om ‘waardig’ deel te nemen. Het gaat niet om wie je bent, maar om hoe je deelneemt. Met geloof, liefde en berouw. En om je houding tegenover je broeder of zuster: ‘Hoe doe je tegen iemand waar Jezus van houdt?’ Paulus leert dat zelfbeproeving niet draait om in jezelf te graven, maar om je blik te richten op Christus en op de mensen om je heen. Hoe ligt het tussen God en jou? Tussen jou en anderen? Heerst Gods genade in die relaties? Dan staat niets je in de weg om aan te gaan.
Zou je dan echt mogen aangaan als je nog nooit bent geweest, als de angst voor wat anderen denken tot nu toe sterker was dan de roepstem van de Heiland? Ja, je mag gaan. Sterker nog, je móét, als je gelooft in Christus. Want: ‘Wie Jezus lief heeft, die hoort daar. Hij voor mij. Wat een feest is dan het avondmaal!’
Tijdens deze diepgaande en bemoedigende lezing neemt ds. Pieter den Ouden ons mee in het wonder van het leven ‘in Christus’. Hij laat zien hoe fundamenteel dat kleine woordje ‘in’ is: ‘Het staat er niet voor niets. Er zit een wereld achter,’ zegt hij met nadruk. Die wereld is de geestelijke verbondenheid tussen de gelovige en Christus – een band zo innig, dat de Bijbel het vergelijkt met een hoofd en lichaam, een tempel waarin God woont, een rank aan de wijnstok, en zelfs een huwelijk.
Ds. Den Ouden benadrukt dat álles wat we nodig hebben, te vinden is in die verbondenheid met Christus: vergeving, kracht, liefde, vruchtbaarheid. ‘In Hem zijn alle geestelijke zegeningen,’ klinkt het. Tegelijk laat hij zien dat dit leven in Christus niet betekent dat we geen strijd meer kennen. We blijven zondaren, maar we zijn ook rechtvaardig – een spanningsveld dat vraagt om volharding en dagelijkse overgave.
Zijn oproep is helder: leef dicht bij Christus, lees de Bijbel met aandacht – zelfs op kleine woordjes – en vertrouw op Zijn genade. Want wie in Hem blijft, die draagt vrucht. Niet uit eigen kracht, maar door Hem die leeft in ons.
Wil je zo graag groeien in je geloof, maar mislukt dat regelmatig? Slaag je er maar niet in om een super-christen te worden? Ds. P.W.J. (Willem Jan) van der Toorn hield er in Rijssen een lezing over. Hij wil je met deze lezing helpen om ondanks al je zwakheden toch in geloof te leven.
In deze lezing wordt het thema “Uw woord is de waarheid” uit Johannes 17:17 verkend, waarbij Jezus om heiliging door waarheid vraagt. Dominee Evert Meijer legt uit dat Jezus zich niet alleen op het Oude Testament richt, maar ook op Zijn eigen woorden als de bron van waarheid. De rol van de Heilige Geest wordt benadrukt, die ervoor zorgt dat Jezus’ boodschap betrouwbaar in de Bijbel wordt doorgegeven. De apostelen beschouwden hun geschriften als God’s woorden, en belangrijke historische figuren zoals Clemens van Rome en Augustinus bevestigen de Bijbel als geïnspireerde waarheid.
Ds. Meijer roept geestelijke leiders op om de Bijbel met zorg te onderwijzen en het evangelie in een wereld vol leugens te verkondigen. Er wordt gewaarschuwd tegen valse profeten en de geestelijke strijd die hiermee gepaard gaat. Gelovigen worden aangemoedigd om geduldig en liefdevol te blijven in hun getuigenis van de waarheid, terwijl ze zich wapenen tegen dwaling, zowel binnen als buiten de kerk. Het belang van het goed kennen van de Bijbel wordt onderstreept, zodat de waarheid in de levens van gelovigen kan doorwerken, met de Heilige Geest als de gids in deze reis van heiliging.
In deze lezing tijdens een toerustingsavond in Rouveen over vergeving neemt ds. C. (Kees) Budding ons mee naar twee wezenlijke waarheden: onze schuld voor God en Gods onmetelijke geduld.
“Wat vinden wij nu makkelijker om te bidden? ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’ of ‘Vergeef ons onze schulden’?” vraagt ds. Budding. Hij vergelijkt ons leven met een failliete onderneming: “Door de zondeval is dat hele bedrag in één keer in het ravijn gekieperd, weg. En we bleven met een totale schuldenlast over.” Onze schuld is geen vage zaak maar vraagt om concrete belijdenis. “David wist het precies,” zegt Budding. “Die vrouw van die ander heb ik genomen.” Net als David moeten wij uitroepen: “Wees mij genadig, o God, overeenkomstig uw grote barmhartigheid.”
Volgens ds. Budding staan we vaak in de verleiding tot “het groene vinkjes geloof” waarbij we denken: “Ja, maar ik heb mijn stille tijd gehouden, ik heb mijn Bijbel gelezen… het viel vandaag gelukkig allemaal wel mee.” Maar in werkelijkheid: “Ons boek staat vol met zwarte bladzijden. Dat is onze schuld, onze schulden.” De enige oplossing is “één grote gum, een eraser, en wat is dat? Dat is het bloed van de Heere Jezus Christus.”
In het tweede deel bespreekt ds. Budding Gods eindeloze geduld. “God onze donkere kamers nou niet in de fik steekt en die puinzooi verbrandt, maar dat hij nou met zoveel geduld te werk gaat om onze donkere kamers schoon te maken.” Het meest indrukwekkende voorbeeld hiervan zien we op Golgotha, waar Jezus bad: “Vader, vergeef het hun want ze weten niet wat ze doen.” Daar zien we hoe “Gods geduld, de liefde van de Heere Jezus” zichtbaar wordt.
“Op Golgotha vind je hoop voor hopelozen,” zegt Budding. Zelfs de moordenaar aan het kruis ontving de belofte: “Heden zult u met mij in het paradijs zijn.” “Er bestaan geen hopeloze gevallen. Zelfs al ben je in verschrikkelijke zonde gevallen en je denkt: niemand die het weet… geen zonde is voor Hem te groot.” Budding sluit zijn lezing af met: “Steek je handen uit naar deze Verlosser. Hij hangt daar aan het kruis met die liefdevolle ogen en Hij heeft niks liever dan jullie behoud op het oog.”
Paulus windt er in Romeinen 3 geen doekjes om: allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid (glans) van God. De liefde waarin Hij ons schiep is eruit. Hoe zwaar je er ook aan tilt, je wordt te licht bevonden. Tegelijk ontvouwt God in die werkelijkheid gerechtigheid van de hemel, genade om niet voor allen!
In Romeinen 6 laat Paulus zien dat heel ons oude bestaan in Christus’ dood ten onder is gegaan en wij in Zijn opstanding zijn opgewekt tot een nieuw leven, in al ons denken en doen. Genade is all-inclusive, het omvat allen en alles!
Bouw je levenshuis op de rots van Gods Woord, want alleen dat geeft stabiliteit in onzekere tijden. Ware identiteit en waarheid vind je niet in jezelf, maar in de relatie met je Schepper.
Is de mens goed of slecht? Leert de Bijbel ons een positief of negatief mensbeeld? In deze lezing stelt ds. Anne van Olst de vraag wat de Bijbel over ons mensen zegt. Hij bespreekt de mens als schepsel, als zondaar, als gezocht en verlost in Christus, als vernieuwd door de Heilige Geest en als mens in Gods toekomst. De Bijbel houdt ons een eerlijk mensbeeld voor, waarbij de grote waarde van de mens en de noodzaak van redding samengaan.
Wat betekent een bijbels mensbeeld voor een gezond zelfbeeld? In deze lezing vraagt ds. Anne van Olst ook aandacht voor het verschil tussen gezond schuldbesef en ongezonde schuld-en faalgevoelens. Een gezond zelfbeeld vraagt om eerlijkheid over eigen tekortkomingen. Dat heeft ook iets bevrijdends: we hoeven ons niet mooier of beter voor te doen dan we zijn. Tegelijk is het belangrijk om door het geloof in Christus Gods genadige oordeel over ons leven te aanvaarden. Niet onze prestaties bepalen onze waarde, maar Gods liefde en genade.
Deze toespraak, gehouden door dr. R. (Reinier) van Kooten tijdens een toerustingsavond van Geloofstoerusting in Rijssen, verkent de diepe betekenis van de offerdienst en Gods verzoening. Van Kooten, die zichzelf een ‘perfectionist’ noemt, wijst zijn hoorders direct op het kernpunt: ‘Christus is niet voor de uitverkorenen gestorven, Christus is niet voor alle mensen gestorven, Christus is voor zijn Vader gestorven.’
Van Kooten legt uit dat de hogepriester het offer niet naar de mensen bracht, maar naar God – ‘om het bloed bij God te brengen om de Heere te verzoenen.’ Dit wordt concreet gemaakt met het voorbeeld van de Grote Verzoendag, waarop ‘alle ziel die zich verootmoedigt’ mocht delen in de verzoening.
Hij benadrukt dat zonde niet subjectief is: ‘Zonde is alles wat voor God objectief schuldig is.’ Ook laat hij zien dat vergeving meer vraagt dan alleen spijt: ‘Je kunt niet zomaar met ‘sorry’ wegkomen, het gaat eigenlijk om één ding: om te herstellen wat je herstellen kunt.’ Want zoals hij waarschuwt: ‘Een zonde tegen de naaste is net zo erg als een zonde tegen de Heere.’
In Christus ligt ‘alles gereed wat ik nodig heb’ voor verzoening met God én mensen.
From the publisher's feed

35 Listeners

39 Listeners

28 Listeners

93 Listeners

16 Listeners

29 Listeners

20 Listeners

21 Listeners

49 Listeners

2 Listeners

2 Listeners

9 Listeners