Bijbeltekst: [8]
En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.[9]
En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze.[10]
En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;[11]
Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.[12]
En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.[13]
En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:[14]
Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.[15]
En het geschiedde, als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan naar Bethlehem, en laat ons zien het woord, dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.[16]
En zij kwamen met haast, en vonden Maria en Jozef, en het Kindeken liggende in de kribbe.[17]
En als zij Het gezien hadden, maakten zij alom bekend het woord, dat hun van dit Kindeken gezegd was.[18]
En allen, die het hoorden, verwonderden zich over hetgeen hun gezegd werd van de herders.[19]
Doch Maria bewaarde deze woorden alle te zamen, overleggende die in haar hart.[20]
En de herders keerden wederom, verheerlijkende en prijzende God over alles, wat zij gehoord en gezien hadden, gelijk tot hen gesproken was.