
Sign up to save your podcasts
Or


Based on Podcast App listening data
Esther Ouwehand, politiek leider van de Partij voor de Dieren, groeide op in het christelijke Katwijk. Tijdens catechisatie sprak ze liever over de bio-industrie dan over geloof, maar dat werd niet op prijs gesteld.
Aanwijzingen voor het bestaan van God heeft ze nooit gehad, maar toch noemt ze zich geen atheïst. Ze houdt graag alle opties open. Toen ze in 2015 in een zware burn-out belandde, vond ze steun bij lieve vrienden en in de natuur.
In diezelfde periode begon ze met mediteren, omdat ze het best ingewikkeld vindt om mens te zijn. Aanvankelijk voelde ze meditatie te zweverig voor haar, inmiddels merkt ze dat het haar goed doet.
Schrijver en presentator Cornald Maas bad vroeger zijn knieën stuk. Het bidden had voor hem iets obsessiefs, maar tegen de tijd dat hij ging studeren was hij tot de conclusie gekomen dat God niet bestaat.
Van zichzelf uitschrijven als lid van de katholieke kerk is het nooit gekomen. Cornald zou die stap zelfs kinderachtig vinden. Hij hecht simpelweg te veel aan tradities en rituelen.
Al zijn hele leven lang heeft Cornald een grote fascinatie voor de dood. Hij leidde de uitvaarten van diverse familieleden en andere dierbaren. Het is voor hem bij uitstek een gelegenheid om te benoemen wat er echt toe doet.
Politiek journalist Frits Wester wilde lang niet publiekelijk praten over zijn geloof. Vooral niet in de tijd dat zijn moeder nog leefde. Hij was bang dat hij haar zou kwetsen door op televisie te vertellen dat hij niet meer zo gelooft als vroeger.
Groot was dan ook zijn verbazing, toen zijn moeder op haar sterfbed vertelde dat ze ook twijfels had over haar geloof. Achteraf vindt Frits het jammer dat hij daar niet eerder met zijn moeder over heeft gesproken.
Ongelovig noemt hij zichzelf niet. Toen zijn huwelijk strandde en zijn alcoholverslaving publiekelijk werd, vond hij houvast in de stellige hoop dat er betere tijden zouden komen.
Als tiener deed schrijver en programmamaker Hugo Borst een ultieme poging om God te vinden. Geïnspireerd door een charismatische godsdienstleraar ging hij voor God op de knieën, in de hoop dat er iets zou gebeuren. Maar het bleef stil.
Vanaf dat moment zoekt Hugo zijn weg door het leven zonder God. Hij neigt ernaar om te geloven dat alles berust op toeval en dat het leven zinloos is.
Toch is er iets waarbij hij graag de hulp van God zou inroepen. Hij wil graag verlost worden van zijn haatdragendheid. Want rancune ziet hij als zijn grote valkuil en tot zijn eigen afschuw zijn er meerdere mensen die hij haat.
Programmamaker Sinan Can gelooft niet in toeval. Daarvoor is zijn eigen bestaan te wonderlijk: zijn ouders mochten in Turkije niet met elkaar trouwen, maar kwamen elkaar jaren later weer tegen op de markt in Nijmegen.
Voor Sinan is die samenloop te bijzonder om toevallig te zijn. Toch beschouwt hij zichzelf eerder als spiritueel dan als religieus. Een klassiek godsbeeld heeft hij al helemaal niet.
In zijn leven kende Sinan momenten van diep verdriet en voor zijn programma’s wordt hij vaak geconfronteerd met menselijk leed. Op die moeilijke momenten grijpt hij terug naar wijsheid uit het soefisme en de teksten van de dichter Rumi. Ze helpen hem bovendien om zijn ego klein te houden.
Acteur Waldemar Torenstra groeide op in een hippie-gezin, maar zijn jeugd kreeg een verrassende wending, toen zijn vader besloot priester te worden in de Christengemeenschap. Opeens was Waldemar de zoon van een priester en onderdeel van een religieuze gemeenschap.
Met zijn vader deelt Waldemar de nieuwsgierigheid naar het religieuze. De afgelopen jaren deed hij inspiratie op bij inheemse religies, die hem ervaringen opleverden die zijn leven hebben veranderd.
Sindsdien voelt hij zich gelukkiger en is hij ervan overtuigd dat er naast de fysieke wereld ook een spirituele realiteit is.
Drie en een half jaar geleden verliet Israel van Dorsten de boerderij van zijn vader in Ruinerwold. Zijn jeugd werd gedomineerd door zijn vader, die ervan overtuigd was dat hij de messias was. In Israels hoofd was God in die periode permanent aanwezig.
Sinds zijn vertrek uit de boerderij heeft Israel zijn eigen weg moeten vinden. God is uit zijn hoofd verdwenen, maar Israel houdt de mogelijkheid open dat er een God bestaat.
De confrontatie met zijn vader wil en kan Israel voorlopig niet aangaan. Een oprechte schuldbekentenis van zijn vader zou heilzaam zijn, maar Israel verwacht niet dat het ooit zover zal komen.
Presentator Frits Barend heeft geen talent voor religie. Toch is hij regelmatig in de synagoge te vinden en stuurde hij zijn dochters naar joodse les. Want hoewel hij niet in groepen denkt, voelt Barend zich joods van zijn kruin tot zijn tenen. Dat gevoel is in de loop der jaren sterker geworden.
Frits Barend heeft zijn leven te danken aan Jelle en Jeltje, een christelijk echtpaar dat zijn joodse ouders in de Tweede Wereldoorlog liet onderduiken. Om de donderpreek die werd afgestoken op de uitvaart van Jelle kan hij nog altijd boos worden. De dominee noemde Jelle een zondaar. Barend gelooft niet in een leven na de dood, maar als er een hiernamaals zou zijn, ging hij Jelle als eerste opzoeken.
Auteur en columnist Leon de Winter begon met schrijven, toen zijn vader overleed. Omdat hij zich geen raad wist met dit grote verlies, zocht hij zijn toevlucht in het verzinnen van verhalen. Hij was toen elf jaar.
De Winter groeide op in een joods gezin. Zijn vader was een trouw bezoeker van de synagoge, moeder was vanwege de Holocaust in een hevig gevecht met God verwikkeld. Zij praatte veel over de talrijke familieleden die in Sobibor vermoord zijn.
Zelf heeft De Winter nooit in God geloofd. Voor hem draait het jodendom vooral om het hoeden van oude tradities en teksten. Hij is diep geroerd door het verhaal van Mozes, die op de berg de rug van God mag zien. Het opperwezen is vooral te vinden in literatuur.
Voor radiopresentator Jellie Brouwer is praten over geloof net zo intiem als praten over seks. Omdat het onderwerp terugvoert naar de dingen die er echt toe doen. Toen ze drie was, stierf haar vader aan kanker. Zusje Gea volgde een paar jaar later.
Jellie Brouwer kijkt met warme gevoelens terug op de moeilijke periode die volgde. Haar moeder geloofde heilig dat Gea en papa samen in de hemel waren. Dat was een troostrijke gedachte. Toen Jellie ging studeren, hield ze de kerk voor gezien. Maar ongelovig wil ze zichzelf niet noemen.
Toen ze een aantal jaar geleden zelf kanker bleek te hebben, dacht ze als eerste aan haar moeder. Na alles wat die al had moeten doorstaan, wilde ze haar niet verdrietig maken door óók dood te gaan.
From the publisher's feed
Ranked by our users in the last 21 days

28 Listeners

28 Listeners

76 Listeners

28 Listeners

105 Listeners

12 Listeners

251 Listeners

19 Listeners

23 Listeners

8 Listeners

28 Listeners

37 Listeners

4 Listeners

5 Listeners

14 Listeners