toelichting: https://www.youtube.com/watch?v=0L8NPLIYBT0
VII. Oorzaak en gevolg
1. Je kunt wel blijven klagen over angst, maar desondanks volhard je erin jezelf bang te maken. Ik heb al te kennen gegeven dat je mij niet kunt vragen jou van je angst te bevrijden. Ik weet dat die niet bestaat, maar jij niet. Als ik tussen jouw gedachten en hun uitwerking zou komen, zou ik tornen aan een elementaire wet van oorzaak en gevolg, de meest fundamentele wet die er is. Ik zou jou allerminst helpen als ik de kracht van je eigen denken zou kleineren. Dit zou lijnrecht ingaan tegen het doel van deze cursus. Het is veel nuttiger jou eraan te herinneren dat jij je gedachten niet zorgvuldig genoeg bewaakt. Misschien denk jij dat er op dit moment een wonder nodig zou zijn om je daartoe in staat te stellen, en dat is volkomen waar. Jij bent niet gewend vanuit wondergerichtheid te denken, maar je kunt worden getraind op die manier te denken. Alle wonderdoeners hebben zo’n soort training nodig.
2. Ik kan niet toestaan dat jij je denkgeest onbewaakt laat, anders zul je niet in staat zijn mij te helpen. Het verrichten van wonderen houdt in dat je de kracht van gedachten volledig beseft, om miscreëren te vermijden. Anders zal er een wonder nodig zijn om de denkgeest zelf weer in orde te brengen, een vicieus proces dat de samenvouwing van de tijd waarvoor het wonder bedoeld was, niet zou bevorderen. De wonderdoener dient oprecht respect te hebben voor oorzaak en gevolg in de ware zin, als noodzakelijke voorwaarde voor het optreden van het wonder.
3. Zowel wonderen als angst komen voort uit gedachten. Als jij niet vrij bent om het een te kiezen, ben je ook niet vrij het ander te kiezen. Door het wonder te kiezen heb je de angst verworpen, al is het tijdelijk. Je bent voor alles en iedereen bang geweest. Je bent bang voor God, voor mij en voor jezelf. Jij hebt Ons verkeerd waargenomen, oftewel verkeerd geschapen, en je gelooft in wat jij hebt gemaakt. Je zou dit niet gedaan hebben als je niet bang was voor je eigen gedachten. Wie angstig is moet wel verkeerd scheppen, omdat hij de schepping verkeerd waarneemt. Wanneer je miscreëert, lijd jij pijn. Het principe van oorzaak en gevolg brengt de zaken nu echt in een stroomversnelling, hoewel slechts tijdelijk. In feite is ‘Oorzaak’ een term die strikt genomen God toebehoort, en Zijn ‘Gevolg’ is Zijn Zoon. Dit brengt een reeks Oorzaak-en-Gevolgrelaties met zich mee die totaal verschillen van degene die jij in je miscreëren invoert. Het fundamentele conflict in deze wereld is dus dat tussen creatie en miscreatie. Alle angst ligt besloten in de tweede, en alle liefde in de eerste. Het conflict is er daarom een tussen liefde en angst.
4. Er is al gezegd dat jij gelooft dat je angst niet onder controle kunt houden, omdat jij die zelf hebt gemaakt, en dat jouw geloof erin schijnt te zorgen dat die zich aan je controle onttrekt. Toch is elke poging om de vergissing op te lossen door te proberen meesterschap te krijgen over de angst tevergeefs. In feite houdt dit de macht van de angst overeind juist door de veronderstelling dat hij overmeesterd moet worden. De ware oplossing berust geheel en al op meesterschap door liefde. Intussen is echter een gevoel van conflict onvermijdelijk, omdat jij jezelf in een toestand hebt gebracht waarin je gelooft in de macht van wat niet bestaat.
5. Niets en alles kunnen niet naast elkaar bestaan. In het ene geloven is het andere ontkennen. Angst is in wezen niets, en liefde is alles. Wanneer licht in de duisternis komt, wordt de duisternis verdreven. Wat je gelooft is voor jou waar. In die zin heeft de afscheiding plaatsgevonden, en dit te ontkennen is niets anders dan het oneigenlijk gebruik van ontkenning. Je echter op een vergissing concentreren is slechts een volgende vergissing. De correctieprocedure begint met tijdelijk te erkennen dat er een probleem is,...