toelichting: https://www.youtube.com/watch?v=Cv_BSvEYmpU
VI. Oordelen en het autoriteitsprobleem
1. We hebben het Laatste Oordeel al besproken, maar nog niet gedetailleerd genoeg. Na het Laatste Oordeel zal er geen meer zijn. Oordeel is symbolisch omdat er voorbij waarneming geen oordeel meer is. Wanneer de Bijbel zegt: ‘Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt’ wil dat zeggen dat je, als jij over de realiteit van anderen oordeelt, niet zult kunnen vermijden over die van jouzelf te oordelen.
2. De keuze om te oordelen in plaats van te kennen is de oorzaak van het verlies van vrede. Oordelen is het proces waarop waarneming, maar niet kennis berust. Ik heb dit al besproken in verband met de selectiviteit van de waarneming, en erop gewezen dat het toekennen van waarde daarbij een onmiskenbaar eerste vereiste is. Een oordeel houdt altijd een verwerping in. Het legt nooit alleen de nadruk op de positieve aspecten van wat beoordeeld wordt, of het nu in jou of in iemand anders is. Wat waargenomen en verworpen werd, of beoordeeld en te licht bevonden, blijft in jouw denkgeest aanwezig omdat het waargenomen is. Een van de illusies waaronder jij gebukt gaat is de overtuiging dat wat je veroordeeld hebt, geen gevolg heeft. Dit kan niet waar zijn, tenzij je ook gelooft dat wat je veroordeeld hebt niet bestaat. Dit geloof jij klaarblijkelijk niet, anders zou je het niet hebben veroordeeld. Uiteindelijk maakt het niet uit of je oordeel nu juist is of niet. In beide gevallen stel je je geloof in het onwerkelijke. Dit kan bij geen enkel soort oordeel worden vermeden, omdat het de overtuiging inhoudt dat het jou vrij staat een selectie uit de werkelijkheid te maken.
3. Je hebt geen idee van de geweldige bevrijding en de diepe vrede die ontstaan wanneer jij jezelf en je broeders totaal zonder oordeel tegemoet treedt. Wanneer je inziet wat jij bent en wat jouw broeders zijn, zul je beseffen dat het geen betekenis heeft hen op wat voor manier ook te oordelen. In feite gaat hun betekenis voor jou verloren juist doordat je hen oordeelt. Alle onzekerheid komt voort uit de overtuiging dat jij tot oordelen bent genoodzaakt. Je hebt geen oordeel nodig om je leven op orde te brengen, en je hebt het zeker niet nodig om jezelf op orde te brengen. Waar kennis aanwezig is, wordt elk oordeel automatisch opgeschort, en het is dit proces waardoor inzicht de gelegenheid krijgt waarneming te vervangen.
4. Jij bent erg bang voor alles wat je waargenomen hebt maar weigerde te aanvaarden. Je gelooft dat jij, omdat je het weigerde te aanvaarden, de controle erover verloren hebt. Daarom zie je het in nachtmerries, of in aangename vermomming in wat jouw gelukkigere dromen lijken te zijn. Niets wat je weigerde te aanvaarden kan tot je bewustzijn worden gebracht. Op zichzelf is het niet gevaarlijk, maar jij hebt ervoor gezorgd dat het voor jou gevaarlijk lijkt.
5. Wanneer jij je moe voelt, komt dit doordat jij jezelf in staat hebt geoordeeld moe te zijn. Wanneer je iemand uitlacht, komt dat doordat je hem onwaardig hebt geoordeeld. Wanneer jij jezelf uitlacht moet je anderen wel uitlachen, alleen al omdat je het idee niet verdragen kunt dat jij onwaardiger bent dan zij. Dit alles maakt dat jij je moe voelt, omdat het absoluut ontmoedigend is. Jij bent niet echt in staat moe te zijn, maar je bent zeer wel in staat jezelf uit te putten. De spanning van het constant oordelen is praktisch ondraaglijk. Het is merkwaardig dat zo’n afmattend vermogen zo intens gekoesterd wordt. Maar als jij de auteur* van de werkelijkheid wilt zijn, zul je per se in het oordelen willen volharden. Ook zul jij oordelen met angst bezien, omdat je gelooft dat ze ooit tegen jou gebruikt zullen worden. Deze overtuiging kan slechts bestaan voor zover jij in de doeltreffendheid van oordelen gelooft als wapen ter verdediging van jouw eigen autoriteit.
6. God schenkt louter...