toelichting: https://www.youtube.com/watch?v=3rik_Px3suk
I. Juist onderwijzen en juist leren
1. Een goede leraar verduidelijkt zijn eigen ideeën en verstevigt die door ze te onderwijzen. Leraar en leerling zijn in het leerproces gelijk. Zij zitten in dezelfde leercategorie, en als ze hun lessen niet delen, zal het hun aan overtuiging ontbreken. Een goede leraar moet geloven in de ideeën die hij onderwijst, maar hij moet aan nog een andere voorwaarde voldoen: hij moet in de leerlingen geloven aan wie hij de ideeën presenteert.
2. Velen waken over hun ideeën omdat ze hun denksysteem willen bewaren zoals het is, en leren betekent veranderen. Voor wie afgescheiden zijn is verandering altijd beangstigend, omdat ze die niet als een stap naar het genezen van de afscheiding kunnen zien. Ze zien die steeds als een stap naar verdere afscheiding, omdat de afscheiding hun eerste ervaring van verandering was. Jij gelooft dat je vrede zult vinden als je geen verandering in je ego toelaat. Deze verregaande verwarring is alleen mogelijk als je volhoudt dat een en hetzelfde denksysteem op twee fundamenten kan rusten. Niets kan de geest bereiken vanuit het ego, en niets kan het ego bereiken vanuit de geest. De geest kan noch het ego versterken, noch diens innerlijke strijd verminderen. Het ego is een tegenspraak. Jouw zelf en Gods Zelf staan met elkaar in tegenstelling. Ze zijn tegengesteld qua oorsprong, richting en uitkomst. Ze zijn fundamenteel onverenigbaar, omdat de geest niet kan waarnemen en het ego niet kan kennen. Ze zijn daarom niet in communicatie met elkaar en kunnen ook nooit in communicatie zijn. Niettemin kan het ego leren, ook al is zijn maker mogelijk misleid. Hij kan echter niet het totaal levenloze maken uit wat met leven is begiftigd.
3. De geest hoeft niet onderwezen te worden, maar het ego moet dat wel. Leren wordt uiteindelijk als angstwekkend gezien omdat het leidt tot het prijsgeven – niet het vernietigen – van het ego aan het licht van de geest. Dit is de verandering die het ego wel moet vrezen, omdat het mijn naastenliefde niet deelt. Mijn les was net als de jouwe, en omdat ik die geleerd heb kan ik die onderwijzen. Ik zal nooit je ego aanvallen, maar ik probeer jou te leren hoe zijn denksysteem is ontstaan. Wanneer ik jou aan je ware schepping herinner, kan je ego niet anders dan met angst reageren.
4. Onderwijzen en leren zijn nu jouw grootste krachten, omdat ze jou in staat stellen je denken te veranderen en anderen te helpen hetzelfde te doen. Weigeren je denken te veranderen is geen bewijs dat de afscheiding niet heeft plaatsgevonden. De dromer die de realiteit van zijn droom betwijfelt terwijl hij nog droomt, geneest zijn gespleten denkgeest niet echt. Je droomt van een afgescheiden ego en gelooft in een wereld die daarop is gegrondvest. Dit is heel werkelijk voor jou. Je kunt dit niet ongedaan maken door niet je denken hierover te veranderen. Als jij bereid bent de rol van bewaker van je denksysteem te laten varen en het voor mij open te stellen, zal ik het heel zachtzinnig corrigeren en jou terugleiden naar God.
5. Elke goede leraar hoopt zijn leerlingen zo veel te geven van wat hij zelf heeft geleerd, dat zij hem op zekere dag niet meer nodig hebben. Dit is het enige ware doel van de leraar. Het is onmogelijk het ego hiervan te overtuigen, omdat dit indruist tegen al zijn eigen wetten. Maar bedenk wel dat wetten worden opgesteld om de continuïteit te waarborgen van het systeem waarin de maker van de wetten gelooft. Het ligt in de aard van het ego te proberen zichzelf te beschermen, wanneer je het eenmaal hebt gemaakt, maar het ligt niet in jouw aard om zijn wetten te willen gehoorzamen, tenzij jij daarin gelooft. Het ego kan die keuze niet maken vanwege de aard van zijn oorsprong. Jij kunt dat wel, vanwege de aard van de jouwe.
6. Ego’s kunnen in elke situatie botsen, maar de geest is...