
Sign up to save your podcasts
Or


Based on Podcast App listening data
De wilde eend kent bijna iedereen, net als hun kenmerkende gekwaak. Steeds vaker hoor je in groepen wilde eenden echter ook een ander geluid: een kort, laag en grappig nasaal 'krak'. Dat is het geluid van de krakeend, een eendensoort die sterk in aantal toeneemt. In november zijn actief vanwege de balts.
Een opmerkelijk verschil tussen de wilde eend en de krakeend zit 'm in het geluid. Wilde eenden kwaken of snateren vaak. Het mannetje krakeend maakt juist een grappig, laag en kort knorrend ‘èh èh’ en een kwakend ‘krak’-geluid (vandaar de naam), en ook een hoog fluitend ‘pie’ tijdens de balts. Het vrouwtje krakeend kwaakt iets zachter en hoger dan de wilde eend.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat hij de zeldzame roodkeelpieper heeft gezien én hij vertelt over een nieuwe website: vogelrijkestad. Paul vertelt over pijlstormvogels. Geluidenman Henk Meeuwsen vergelijkt het herkennen van eenden met wijn: "Eenden zijn net als wijnen, die moet je je eigen maken, daar moet je even over doen." En in de Vogelvraag: wat zijn toch die doorzichtige omhulsels aan het uiteinde van een veerpen?
Schuw, geheimzinnig, luidruchtig. Dat zijn de typeringen die je vaak leest over de waterral. Een moerasvogel die je niet snel ziet, maar die zich wel geregeld luid en duidelijk laat horen, als een gillend varken in nood.
September en oktober zijn dé maanden om waterrallen te horen. "Het is dé tijd dat de rallen uit Noord- en Oost-Europa bij ons doortrekken", vertelt Paul Böhre in deze Roots-podcast. "Ze komen elkaar dan steeds tegen in de rietvelden en zijn dan opvallend luidruchtig, ze reageren ook op elkaar. Dat doen ze door een breed scala aan geluiden te maken: ze tokken als kippen, grommen en schreeuwen, kunnen onheilspellend kreunen en klagen, maar vooral ook gillen als een speenvarken in nood. Hoor je ze, wees dan stil en zoek vervolgens gewapend met een verrekijker een plekje met uitzicht op een rietkraag met modderrand…"
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat ook hij het lastig vindt om een witvleugelstern te herkennen. Ook leggen Timo en Paul uit waarom de purperreiger het zo goed doet in Nederland. Henk Meeuwsen diept herinneringen op aan de waterral. In de Vogelvraag: een raadselachtig geluid, maar van welk dier is het afkomstig?
De grutto en de kievit zijn de meest bekende weidevogels van Nederland, maar minstens zo mooi en opvallend is de tureluur. Zeker als hij luid roepend op een paal langs een weiland zit en zijn felrode poten en snavel toont.
De tureluur is eigenlijk het hele jaar wel te zien in Nederland en België, hoewel onze broedvogels vooral in Zuid-Europa en Noord- en West-Afrika overwinteren. Vogels die hier doortrekken en overwinteren komen vooral uit Scandinavië, Groot-Brittannië en IJsland. In september hoor je ze volop roepen. Hoe dat klinkt, hoor je in Notenkrakers.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland en Roots-redacteur Paul Böhre leggen uit hoe je de roep van de tureluur kunt onderscheiden van de zwarte ruiter en de groenpootruiter. Henk Meeuwsen vindt twee andere geluiden van de tureluur ook heel leuk en daar vertelt hij over. In de Vogelvraag: waarom roepen sommige vinken eindeloos achter elkaar door?
Bij het geluid van de grote stern denken veel mensen direct aan de Waddeneilanden of de Zeeuwse delta, waar de soort in grote kolonies broedt. Zijn roep klinkt fel, scherp en doordringend, wat de grote stern onderscheidt van andere kustvogels…
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt over broedende grote zaagbekken en over de bastaardarend die hij zag. Roots-redacteur Paul Böhre vraagt zich af wat een slangenarend eet in een gebied zonder slangen en Henk Meeuwsen legt hij waarom hij het geluid van de grote stern nog niet heeft opgenomen...
Jonge ransuilen die in juni net het nest hebben verlaten, hoor je ’s nachts soms urenlang hoog piepen. Het klinkt als een piepende deur die steed open en dicht gaat of een mechanisch alarm dat blijft afgaan. In deze Roots-podcast hoor je alles over het geluid van de ransuil.
Jonge ransuilen klimmen als ze te groot worden (na 3 tot 4 weken) uit het nest. Ze halen dan soms halsbrekende toeren uit. Met behulp van hun scherpe klauwen verkassen ze via takken en de stam van de bomen naar een goed verscholen plekje tussen de bladeren. Ze worden daarom ook wel takkelingen genoemd. Hun piepende roep is soms lastig te traceren, zeker als je niet weet waar je moet zoeken.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt over de grijze wouw, het NK Vogelfluiten én over een telescoop met beeldstabilisatie. Roots-redacteur Paul Böhre zag een grauwe vliegenvanger. Henk Meeuwsen vertelt onder meer hoe man en vrouw ransuil klinken.
De zang van dit citroengele vogeltje wordt omschreven als een rollende munt of een knikker op een metalen plaat. Als je rond half april voor het eerst zijn heldere zang hoort in de frisgroene beukenbossen, dan weet je: summer is coming… Luister naar het geluid van de fluiter in onze podcast Notenkrakers.
Fluiters zijn echte langeafstandtrekkers, die ver weg overwinteren in de Guineese bossen van Afrika, ten zuiden van de Sahara, van Senegal tot in Kenia. Ze komen pas laat in het voorjaar terug in Nederland en België. Vanaf half april tot in mei, als de loofbomen al fris groen zijn uitgelopen, arriveren de fluiters. Hoog in het dichte loofbos zingen ze dan hun karakteristieke lied.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat hij een smelleken zag en dat hij graag eens in de huid van deze vogel zou kruipen. Roots-redacteur Paul Böhre zag een beflijster én hij legt uit waarom boerenzwaluwen van die lange staartpennen hebben. Henk Meeuwsen vertelt het verhaal achter de geluidsopname van de fluiter. Plus: waarom gaat het zo goed met de raven in Nederland?
In maart keren ze weer terug uit Afrika: de luidruchtige kleine plevieren. Je hoort ze vaak al voordat je ze ziet. En verrassend: je komt ze tegen op plekken waar je ze niet zou verwachten: in kale duinvalleien, op bouwterreinen, grinddaken en zelfs op grote parkeerplaatsen.
Opeens zijn ze er weer: de kleine plevieren. Zodra ze zijn geland, laten ze dat heel duidelijk horen. Om het vrouwtje te versieren maakt het mannetje kleine plevier een opvallende vlinderachtige baltsvlucht boven het territorium. Luid roepend vliegt hij dan met langzame vleugelslagen en zigzaggend boven het broedgebied dat hij heeft uitgekozen.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt over de zeer zeldzame grauwe gors, die hij zag. Ook vertelt hij hoe je kunt meedoen aan het project Meet de Mees. Roots-redacteur Paul Böhre zag een rode wouw én hij legt uit hoe je de kleine plevier en de bontbekplevier uit elkaar kunt houden. En Henk Meeuwsen roept op om niet alleen te luisteren naar de kleine plevier, maar ook om de schattige jongen (van afstand) te bekijken.
De winter is de beste tijd om wulpen te zien. Ze eten en slapen dan graag in grote groepen in kustgebieden en uiterwaarden. De wulp is niet alleen een prachtige, ranke vogel om te zien, ook hun geluid is heerlijk melancholiek. En zodra het voorjaar nadert, jodelen ze er steeds vaker op los.
In het voorjaar vliegen wulpen boven hun territorium; met een trage vleugelslag stijgend en daarna weer langzaam naar beneden glijdend, met een zang die begint met langzame, melancholische klanken en zich ontwikkelt in een vaste, vloeiende zang die eindigt in een luide triller.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat hij niet naar de brileider is geweest die op Texel zit, wel zag hij een frater. Ook vertelt hij welke bijzondere soorten zijn gezien tijdens de Tuinvogeltelling. Roots-redacteur Paul Böhre (die wel naar de brileider is gegaan) legt onder meer uit wat het verschil is tussen een wulp en een regenwulp . En Henk Meeuwsen vindt dat het geluid van de wulp wat lijkt op een gebed.
De sijs is een prachtig gekleurd zangvogeltje, dat zich vooral ‘s winters mooi laat zien én horen. Vanaf februari vallen de mannetjes extra op: ze zingen dan uitbundig tijdens de opvallende baltsvlucht.
Schijnt het zonnetje op een zonnige winterdag uitbundig, dan krijgen de mannetjes van de sijs het al op de heupen en kwetteren en brabbelen ze er vrolijk en masse op los. Vanaf februari maken ze dan bovendien een vlinderachtige baltsvlucht, laag boven de bomen, waarbij ze misschien nog wel mooier zingen.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat de torenvalk Vogel van het jaar 2025 is geworden én hij vertelt waarom je de sijs zelden ziet in de tuin tijdens de jaarlijkse Tuinvogeltelling. Roots-redacteur Paul Böhre legt onder meer uit of de sijs nu wel of geen broedvogel is in Nederland. En Henk Meeuwsen vertelt over een bijzondere opname, waarin de sijs andere vogels imiteert.
In je tuin zie je vrij eenvoudig een koolmees of een pimpelmees. Maar wil je de parmantige kuifmees spotten - het punkertje onder de mezen - dan moet je toch echt het naaldbos in. Maar hoe vind je deze vogel, die door het geluid wat hij maakt ook wel bibbermees wordt genoemd.
Een kuifmees zien, begint met goed luisteren. Ze hebben namelijk een zacht en apart roepje: een bibberende volle triller ‘birr-birr-briet’, alsof het vogeltje het koud heeft. Eigenlijk klinkt het meer als een ‘biebertje’, vandaar de bijnaam bibbermees.
Verder in deze podcast: Timo Roeke van Vogelbescherming Nederland vertelt dat veel vogelvoer gif bevat en hij legt uit waar je op moet letten bij de aankoop. Roots-redacteur Paul Böhre vertelt of de kuifmees geen last heeft van de afname van de hoeveelheid naaldbos in Nederland. En Henk Meeuwsen, die de vogelgeluiden opneemt, hoort in de zang van de kuifmees twee pieptonen en "een warm rollertje".
From the publisher's feed
Ranked by our users in the last 21 days

9 Listeners

33 Listeners

7 Listeners

15 Listeners

82 Listeners

60 Listeners

40 Listeners

8 Listeners

117 Listeners

15 Listeners

0 Listeners

251 Listeners

13 Listeners

38 Listeners

38 Listeners